vrijdag 23 juni 2017

Ik ga me niet bezondigen aan huilebalkerij
in dit gedicht waarvoor je de tijd nam.
ik ga je danken dat je het deed, zonder zorgen,
en je meenemen naar het laatste straaltje zon.

Kom mee, de hoge grassen van gedachten
gaan liggen in het donker. Vergeet jezelf
in de stroming die je doet varen van vandaag
naar morgen. En blijf bij mij, wanneer ik in jou ben.

Glitter: de graalridders en magiërs van Wagner
musiceren op jouw vijver. Een zwaan trekt ons bootje
tot waar de maan het mooist is, rillend in mijn dromen
met jonge feeën. Wind door bloemen in Chinese inkt.

Slaap: daar bestijg ik jouw demonische krachten.
Alleen, aan de uiterste grens van de tonaliteit
ga ik leven in de zang van deze utopie. En zingend
ga ik je danken dat jij het was, niet ik, die weerklonk


in mijn muziek vol vreemde woorden, de stilte voorbij.

vrijdag 16 juni 2017


bij een ouderwetse muur van baksteen 
zingt een jonge vrouw haar slaapliedje 
onder een luifel in de regen 

in de regen lopen minnaars hand in hand
te zwijgen over het drijfzand van geluk
waarin ze verdwalen

in het verdwalen koesteren mijn lippen
een lichaam dat ik niet ken, een voorstad
met armoedige dromen

maar daar, bij die muur in de regen
waar ik een verloren gelopen kind zoen
diep in mezelf, weet ik wat het betekent

om het water van de bron de proeven
en gedachten te weven die aanvoelen
alsof het al wapperende banieren zijn

langs de meanderende stroom,
de nooit eindigende stroom

naar jou 

zondag 11 juni 2017


Het water slaapt in de buizen, 
af en toe bevestigt het zijn bestaan
met wat drijfhout van dromen.
Soms klikt er iets. Tussen ons alleen. 

Ik verzamel mijn botten en gewrichten
en draai me om in de routine
van schaamteloos vroeg opstaan
tussen ideeën die al stromen.

Straks word ik wakker, als een aardbei
gedrenkt in Griekse honing. Gisteren nog
zag ik meisjes de sirtaki dansen 
rond een bijna gehuwde vrijgezel.

Nu hoor ik mijn aderen begerig suizen
als een herkenningsmelodie op de radio
die een waterval van nootjes stort 
in het tropisch regenwoud van jouw hart.

Jij bent van mij. Ik van jou.
Als ik je radio mag zijn.
Je stem. En jij

mijn beeld.

dinsdag 23 mei 2017

Melancholie
Dansend vlammetje in de nacht
Wakker gebleven poes
die haar rug bolt bij een onbetaalde factuur

Ik streel met wijn
mijn onvervulde hoop
Spin met woorden
en ga liggen bij een herinnering
die de regen toebehoort
Genadeloze wijzer volgt de tijd
die van ons beiden was
Ik ken de prijs van prille liefde
die geen liefde blijft
Ik dans
in de stilte die gedoofd wordt
door het eerste licht
dat nog bang is
om jou en mij te storen

vrijdag 19 mei 2017

gedicht geschreven voor Katelijne Boon
en Clara De Decker

soms betekent componeren
een instrument bouwen
dat op zoek gaat
naar de solist
hoor: hij vindt zijn evenwicht,
beproeft zijn acrobatisch geluk
op notenbalken met een kruis
aan de sleutel van zijn toekomst 
soms betekent dit liefhebben
een nieuwe toon vinden
die meandert naar de bron
van ieders eenzaamheid
en daar bij elkaar zijn:
componist bij instrument,
klaterende toon van hoop
bij timbre van hees verlangen
tot alles uitsterft
in dezelfde grote terts
van applaus met bloemen
en jurken onder dovende spots

woensdag 3 mei 2017


Oude seizoenen gaan aan diggelen,
als tomaten die voor de bijl gaan 
wanneer de lentesla op tafel moet.

De dagen aarzelen om mee te volgen
nu de zon wat vroeger wakker wordt
en later naar bed wil, net een soebattend kind.

Mijn liefde weet waartoe een aarzeling leidt
en trekt zich terug, als groenten in het onderste vak
van de koelkast. Hij laat het kwijlen voor de hond.

Radio, heel zacht. In een ander seizoen,
waar bange jongens niet thuishoren,
worden polyfone madrigalen opnieuw getoonzet

en kletspraatjes eindigen aan de toog van grote dromen.
De borrelnootjes veranderen in olijven
en stukjes komkommer, gedrenkt in olie

waar altijd iets van achterblijft 
in de herinnering aan je handen.
Want die heb ik gevoeld in elk vers van mijn gedicht.