Ik sta voor een raam
met dichtgeschoven verlangen.
De randen van de wereld
wijken verder weg.
Het lijkt alsof de zon fluistert
in een knisperende bron van rijstpapier.
Daarachter het geheim
van een lichtvlek die wacht.
Ik luister aandachtig: de geest
is een anomalie van het leven.
Een hand op mijn schouder.
Fijne regen van oxytocine
tussen ruige rotsen
van herinnering.