zondag 15 januari 2017

MOEDERLIEFDE

Ik weet niet meer of het mijn sneakers waren
die pijn deden, of mijn voeten. Maar mama zag het
en las het leed in mijn ogen. In haar rusthuis
valt zoveel te lezen, het ene leed al sneller 
dan het andere, door het gestrompel van oude dagen.

Kom thuis, zei ze, 
maak een washandje nat en stop het in de tip
waar je schoentje nijpt. Ze illustreerde het met mime
en zag mijn blik zich ontspannen: er kwam vertrouwen
in de goede afloop. En dan, zei ze, geloof het of niet,

stop je alles in de diepvriezer, schoen met washandje
en angst dat je op blote voeten verder moet. Ze keek
met die eureka-blik naar mij van stille superioriteit.
Een kok zou net zo geklonken hebben: laat alles
verstijven, zoals je angst, twee dagen later

gaat de frigo open 
en vind je de sneakers van je dromen.
Ik kon mijn voeten wel zoenen
van liefde

voor mama.

woensdag 11 januari 2017

er zijn de dwalingen in je gezicht
verspilde energie die ik niet herken
doelloze rit op de autoweg door weekdagen
om de verveling van een zondag te verdrijven
maar er is ook, af en toe, de doorbraak
van een herinnering aan de drukte
van een feestdag in Rome, zon en licht
om me te zeggen dat je van me houdt,
in stilte, met een glimlach
die er niet om liegt

maandag 2 januari 2017

Achter de tattoo’s op zijn blote arm
wachten de ijverige micro-organismen. 
Onder de motorhelm die hij liefdevol
tegen zijn borst drukt, klopt een hart
met risico op plotse dood. Ook bij hem.

Hij is gewikkeld in zijn defensieve stilte,
maar ook benieuwd naar wat er komen zal,
in een hoekje van een kleine kamer,
in een proces van vereenzaamd wegkwijnen.
Zijn stervende vader wil nog even bij hem zijn.

De verplegers weten meer. Ze knikken niet
naar tegencultuur. Ze kijken op, buiten,
wanneer het sneeuwt terwijl ze blijven roken.
Ze laten hun blik zakken naar de tegels
waar hun replieken staan te lezen.

Ginds glijdt de kliniek in een voorbije dag.
Hoe hard hij ook door de bochten scheurt,
herinneringen blijven de motard volgen. 
Snoeihard rockt zijn kindertijd: niet inhalen.
Een truck zwenkt. Het kan de laatste keer zijn. 


woensdag 21 december 2016

Honden huilen naar de maan, 
slapeloze componisten bezingen ze. 

Ik zwijg naar de maan, en de maan 
vindt dat zo grappig, dat ze lachend 
terug trilt naar me, alsof ze uitschoof 
en in het water viel. 

Ik houd van de maan rond Kerstmis, 
de koude Kerstmissen, ongekroonde 
missen in een miss-universe, 
behangen met een collier 
van diamanten sterren, 

sterren die weten 
dat ik me eenzaam voel, 

eenzaam als een huilende hond.

dinsdag 6 december 2016

Recepties vroeger en nu

Zie ons in kostuum 
van toastje naar toastje meanderen,
mensen kijken 
alsof we van planeet veranderen.

Onze blik wordt atmosferisch 
verstoord bij ’t jengelen,
in een hogedrukgebied, 
van flirtende engelen.

Het moet de kaviaar zijn 
die wordt rondgedeeld
wanneer iets grijpbaar lekkers 
in de diepte zeelt.

Vroeger zwegen de ouderen 
over zichzelf 
tijdens recepties met das, 
diamant en hoed op de schelf. 

Tegenwoordig doen dikke buiken 
die politiek bedrijven
het hier en nu geweld aan, 
alsof ware gevoelens uitblijven.

Je kan er donder op zeggen 
dat ik vlak voor de cava
uitbarst in mijn studententijd, 
die krater met lava

als hoorde ik stil in mezelf 
een hufter roepen:
’voor heel de bar een pint!’ 
Woorden om te snoepen,

maar ik zwijg. Ik zwijg 
zoals de wereld daarbuiten,
die verder ploegt 

terwijl de kinderen muiten.

vrijdag 25 november 2016

Als je wasrek volhangt
heeft het leven zich uitgesloofd
om bij je te zijn, lentegeur
na nachtelijk avontuur, 
aaibaar voor je neus

Als je sms-berichten uitpuilen
met levensbedreigende vragen
in een vriendelijke gedaante,
foutloze weergave van de hel
waar illusies zullen branden

Als de haven voor je neus
‘zie me hier druk zijn’ toetert
en rinkelend bruggen ophaalt, 
om je wat langer te zien wachten
in de kou van je geeuwen

Sluit het raam dan, 
zet je mobieltje op smachtend trillen
en haal die erotiek van de draad.
Eet een verboden appel, vaar weg
en word wakker. Dit alles ben jij:


slecht herkend water aan de lippen.

vrijdag 11 november 2016

Te weten dat er in de straat waar ik woon,
verlaten op wat knipperend neon na,

een boek is dat gesloten op me wacht, 
helemaal aan het einde van mijn wandeling

voorbij het suizend kermen van de lift
en het geniepig piepen van de klink,

dat is mijn grootste troost om bij je te zijn,
personage van mijn dromen. 

Woorden gaan open als valschermen,
alsof het oorlog is, en jij ligt te bloeden 

op een pagina nog heel ver van het einde.
Ik kom net op tijd binnen om je te redden

en lees verder in je gevallen leven.

De avond is te jong om nu al te sneven.