maandag 13 augustus 2018


ik kan wel huilen
maar ik doe het niet

wanneer de bronskleurige glans
van de avond mij denken doet

aan de kooksessies van oma
op ons terras in Borgloon —

haar gouden jaren zestig
roken naar een terrasje 

aan het Gardameer 
met pasta à volonté

en een dolce far niente
dat vertelt over het verlangen 

om iets voor mij te doen
in deze luie herinnering aan haar

terwijl ze mijn pyjama klaarlegt
om straks in open lucht te slapen

samen met mijn boerende beertjes 
onder de vallende sterren van Sirmione 

donderdag 2 augustus 2018


In het manisch gebabbel van de trein
gaan blikken uit elkaar, parkeren ogen 
op lichte zomerkledij aan de andere kant
van het gangpad. Giftig en onverdraaglijk
is de jaloerse blik van een oude man 
die slapen wil onder zijn superieure frons.

Onder mijn vervoerbewijs ligt Rimbaud, 
dealer in louche verzen, een seizoen lang 
te luieren in de hel van Ethiopië. 
Waarom vluchtte hij voor het puin 
van modernisme dat hij achterliet?
Alle ogen zijn nu op mij gericht.

In de tippelzone van mijn begeren 
kies ik voor een landschap van het verzwijgen.
De conducteur is hulpelozer dan ik dacht.
Ik lees de bange dooltocht van zijn ogen.
Rimbaud reist altijd mee, denk ik luidop. 
Anders bleef deze hitte zonder intrige.

vrijdag 13 juli 2018


Dankzij jou

ben ik verliefd op de duisternis
van wat je niet krijgen kan.

De tijd daar is onzichtbaar,
dat is ons probleem.

Dankzij jou

kan ik liefhebben zonder verwachtingen,
omdat ik het afstand nemen als een kunst leer kennen.

Ik heb het zelf moeten leren.
In het ontberen.

Samen met jou

weet ik wanneer ik alleen moet zijn.
Door wat me nooit verteld werd over de liefde.

Lees mijn woorden, en vind ze hoopvol,
zoals ik het ochtendgloren. Naast jou.

zondag 1 juli 2018



                       — vier decennia geleden —
je moest van anderen de onvervulde wensen dulden
van schoolmeesters hun extatische kermiskreten
bij je liefje wilde je een onverbeterlijk gevoel veinzen
maar over de luizen van je hart diende je pijnlijk te zwijgen

                       — twee decennia geleden —
je ondermijnde alle wensen met munitie van rake kritiek
en verraste je leraars dat het toch nog goedkwam met jou
een partner wilde leven van je vurige drang, werd ziek
van de beproeving waar je aan ten onder ging, in de kou

                        — vandaag —
vervals de dagen die zich met heimelijk geluk vulden
de sluwe maskerade van je geheugen wil het niet weten
dat je ontgoocheld nu zucht: het leven, ’t is peinzen
waarom het zich uitgeeft voor iets dat je niét kan krijgen

donderdag 21 juni 2018



Steek een paar keer de taalgrens over
met mousserende wijn en nostalgie
voor je exil forcé bij een oude beminde.
Trap op de bloem en verontschuldig je,

aan het einde van een dag die je niet zinde,
voor je assignation d’identité in een Frans
dat bij zomerse onweers past,
omdat ze je met zoete éclairs heeft verrast.

In de herberg zwijg je even.
Je verbeeldingskracht is er beperkt
alsof je bent ingebakerd, zodat de warmte
van je lichaam weer eens aanstoot zal geven.

Voor vakanties van vier nachten
hoef je niet helemaal zen te zijn. 
Een japans jasje volstaat
als logisch alternatief.

Alles is zelfverdediging in de natuur
die te kijk ligt in de ogen van je liefde:
een harde praktijk van overleven
in achterstallige kansen, zonder censuur.

donderdag 24 mei 2018


EEN HEL

ik heb mezelf gezien vanmorgen:
om vijf uur stond een man op 
om zijn glas te dumpen in de container 

als iedereen dat nu eens deed,
dacht die man, alleen in zijn pyjama,
en hij droomde van een festival 
met oorverdovende straatpercussie

als iedereen nu eens voor dag en dauw
wakker zou worden om op te staan
tegen de leegte van deze tijd 
en niet alleen in die erbarmelijke dromen

elders in de stad wachtte een plastic doosje,
japans eenvoudig, op de boterhammen
van een moeder voor haar kind

het wist niet dat het eindigen zou
in de grote blauwe oceaan
om straks weer op te duiken
in de maag van de man die over het water schrijft:

vissen, hoed u, zoals ik, voor een wereld
van traag verval

slaperig en gaperig
sleur ik mezelf die wereld in,
hopend dat ze de routine zal schuwen 

de wereld die nooit in vrede leeft met zichzelf,
steeds weer een ander wil zijn —  
hou toch eens op te vluchten
voor het precieuze banale 
dat zo mooi is als het zwijgt, wereld,
en roerloos achterblijft

heb je het gezien?
hoe mijn kleren mij dragen,
niet omgekeerd,
hoe ze hekelen waarom 
het lot op hen moest vallen

en waarom ze besloten hebben
te doen alsof het niemands zaken is
dat ze parasiteren op een ijdelheid
die niet van de oude man is die hier schrijft
maar van een kleermaker zonder naam
daar ginds, in broeierig zuid-oost azië
waar de toekomst al een feit is

een hel

zaterdag 28 april 2018


ADVIES VOOR EEN VERLIEFD DICHTER

ontbloot het hier en nu
van de waterige doorkijk
die snel tevreden is 
met melodieus flirtend detail
op zacht gebruinde lijven
tussen de spijlen van verlangen

matig je eeuwigheidsambitie: 
wat zich veroveren laat 
is losse vis in je handen 
die de zon willen vangen
na de stormachtige oversteek
van schoonheid in vlakke bollen 

stapel geen verzen op
achter de palissade van taal
een nimf kleedt er zich uit
in het muffe strandhokje 
waar eens de volle zee weerklonk
in een ruisend ebbe met schelpen

en word dan jezelf
wanneer de avond valt
een boot alles onder de hemel is
en de rest voor het lege blad
nog revolte in wording
van woorden die naar bed moesten