maandag 8 februari 2010

Terwijl de golven - - -

als ik je schrijven zal

wandel ik in de zon  

van je vergeelde droom

met gekartelde rand

           terwijl de golven - - - 


zal ik denken dat ik schiet

in een slaap zonder roos

onder het kussen

zal ik tellen

tot aan het laatste licht

dat ik vergat te doven

          terwijl de golven - - -


als ik je mailen wil

vaar ik op het water

van je leegte

in een glinsterende nacht

         terwijl de golven - - - 


zweer ik samen onder de wankele hoed 

van een bejaarde teenager in de wind

en bulder dat ik haar vannacht nog

in zwalpende stilte heb bemind 

op het dek, in een roerloos gedicht,

onuitvoerbaar arm, terwijl de golven - - - 

woensdag 3 februari 2010

Zonder titel (Voor Nele en Michaël)

Kreun, oude maan, tussen de struiken --

doe je zelfbeklag, oceaan --

waad, bergen, als reuzen

in een witte zee --

krioel, heelal, van oud verlangen:

vannacht brandt een komeet 

met de resten van het verleden

waaruit een vlinder is weggevlogen.


Ja, kreun, oude maan: twee mensen

zoenen elkaar, en zuchten hun liefde

tussen de struiken die afkoelen

in de ochtenddauw. 

Ja, doe je zelfbeklag, oceaan, zwanger

van lichtgensters: zo ver dat het is

tot aan de andere kant van de tijd,

waar god door zijn sleutelgat piept.


Alles is nat, alles is nieuw, als verf

op de deur van de kosmos. Alles lacht,

als een jochie die kleuren ziet vliegen

op het strand. Liefde heeft lust gebaard,

de oceaan schatert van zon tot maan.

De tijd bestaat niet meer. 

De vlinder is zijn Noorden kwijt.

Twee mensen rollebollen in het rulle zand.

vrijdag 29 januari 2010

Galapagos bij valavond

de zon valt van mijn lepel
als een lint. wolken als dunne draden honing
recht in de thee die zijn charme-escort begint.

ik zeil met mijn blues van saffier
langs dwergbossen met rode mangroves:
vlokjes vuur, dwarrelend in de avondlucht.

eenzaam gestuntel onder de maan
van de wellust die zich niet gewonnen geeft.
dwaze dwaling van evolutie
door redeloze repetitie.

hoor hem zachtjes gibberen, de leguaan
die als Kuifje zijn tekstballon verliest.
hoe hij schaamteloos
het volgende beeldscherm volniest.

of ik een snoepje heb meegebracht
wil hij weten. ik durf nauwelijks meer fluisteren
waar hij vandaan komt. zelfs Lonesome George

is al aan het dromen van zijn ei. stel je voor,
zeg ik, dat creationisten toch gelijk krijgen
omdat ze zwijgen, als el Nino in de kribbe.

donderdag 21 januari 2010

Goeiemorgen, juffrouw

Mijn verledens krullen als een kindertekening

op de muur van een verlaten schooltje. 

Het staat er nog, onmachtig over mijn toekomst

die het ooit opeiste. Ik zie de oude juf wel eens,

kromgebogen door de tijd die haar eigen gang gaat,

als een lichtstraal in de buurt van grote sterren.

Mantelpakje en sjaal passen niet langer 

bij de voorbij snorrende scooter achter haar rug.


'Goeiemorgen, juffrouw'. De bejaarde zwijgt.

Ze kijkt me aan, scant nauwkeurig haar dagen

en plukt uit een parallel heelal de tijd

die van mij zou kunnen zijn. Een assemblage

die wel even duurt. IKEA is vlakbij als het niet lukt,

en anders zijn er altijd nog mijn tekeningen,

zorgvuldig op zolder bewaard. Ik zie er 's nachts

tegen de muur een kerselaar bloeien,

                           wachtend op aquarellen

                                         onder neervallend stof.

woensdag 13 januari 2010

1985: Zen (traduit par Bernard de Coen)

Doel IV est mis en service.
Longue vie au réacteur et à ses fissions.
Dans les titres des nouvelles
les jours languissent à pleine puissance --
passé dont tu es quitte.

Tout doit s'évanouir: le silence
d'autrui, cette réponse pénible
à ta langue étrangère. Sens mutilés
et le souvenir d'un survivant
à Hiroshima. Encore oublié son nom.

Il n'y a pas de victime radieuse
qui s'en vienne encore te chercher.
Comme une bicyclette renversée
tu gis sur le tapis devant l'écran.
Au revoir conscience, suit
une dernière stance aux ultimes chances.

Point d'autre choix que de t'effacer toi-même.
Chaque jour à nouveau. Jusqu'à ce que tu aies
profondément enseveli les déchets
de ton époque et rendu très solides
les cachets de ta langue.

dinsdag 12 januari 2010

1990: Pathologie (traduit par Bernard de Coen)

D'indulgent à indompté et de retour
en une minute: ainsi parles-tu
de l'amour, d'un patient
qui ne peut plus exprimer ses volontés

J'ai ramassé salivant ton langage,
comme un virus de fièvre aphteuse,
et une province qui me laissait de glace
et roule à présent avec toi vers la naissance
de mon infirmité, que tu ne veux rater
bredouilles-tu, sous un masque qui te permet
de dissimuler une précision chirurgicale
derrière un immobilisme rigide

vrijdag 8 januari 2010

Extra nieuws

er glimt een diamantje in je oor:

toeval bemind in briljant detail

net nu ik zeggen wil: kijk naar me

in camera drie, zodat ik je eens close kan zien

zonder die nare pancarte over je schouder 


en verder is er een stille mars, er zijn lijken

en wolven onder de levenden zoveel je wil zien

en jij draagt een zwarter pak dan anders

ik zie de autocue in je ogen

van links naar rechts dansen, van woord

naar woord, van moord naar moord


werelddelen aaneenrijgen, hoe doe je dat

wanneer een dorpje wacht op analyses

in de bittere koudegolf die nu officieel is?


ik maak de hemel tot een tent die bol staat

van beproeving, en sta mee in beeld

met een reporter ter plaatse, live voor het land

dat is ingeslapen onder de sneeuw