zondag 29 januari 2017

De trein staat stil. Het parket is ter plaatse.

Forenzen fantaseren over de natuur,
net kraaien op een door wind geplaagd strand.
Hoe ze zich voeden met bloed en ingewanden.

Lever, maag en longen: de knettergekke orde
die elke dag erger en erger wordt. Net oorlog.

Schermen met hun eenzaamheid, hun dorst,
met de heldinnen van James Bond, ginds buiten,
en alle onderdrukte erotiek, hier diep vanbinnen.

De evolutie is een gedicht. Kijk hoe God morst
met eeuwige herhaling van wil tot macht. 


En toch worden de moorden niet opgelost.  

donderdag 26 januari 2017

Gedicht voor Pat Donnez (te gast in mijn programma op Gedichtendag)

zit je op een berg
met wakende woorden onder de wolken
of sta je in het dal
bij een kolkend beekje van rationalisme
naar ressentiment?

ik zie je kouten met verstilde stemmen
tussen de geesten en gremlins van de radio
het bloemenveld waar je op zoek bent
naar een kink in de kabel van de waarheid
zit je op een berg
en hoe koud is het daar
nu je tussen de regels leest
in het logboek van god
hoe koud is het achter je pokerblik
die door muren wandelt bij mooi weer?
of sta je in het dal
met je theorie van haast alles
waar ik niet bij kan
wanneer je als een gouden legende naast me zit

zondag 15 januari 2017

MOEDERLIEFDE

Ik weet niet meer of het mijn sneakers waren
die pijn deden, of mijn voeten. Maar mama zag het
en las het leed in mijn ogen. In haar rusthuis
valt zoveel te lezen, het ene leed al sneller 
dan het andere, door het gestrompel van oude dagen.

Kom thuis, zei ze, 
maak een washandje nat en stop het in de tip
waar je schoentje nijpt. Ze illustreerde het met mime
en zag mijn blik zich ontspannen: er kwam vertrouwen
in de goede afloop. En dan, zei ze, geloof het of niet,

stop je alles in de diepvriezer, schoen met washandje
en angst dat je op blote voeten verder moet. Ze keek
met die eureka-blik naar mij van stille superioriteit.
Een kok zou net zo geklonken hebben: laat alles
verstijven, zoals je angst, twee dagen later

gaat de frigo open 
en vind je de sneakers van je dromen.
Ik kon mijn voeten wel zoenen
van liefde

voor mama.

woensdag 11 januari 2017

er zijn de dwalingen in je gezicht
verspilde energie die ik niet herken
doelloze rit op de autoweg door weekdagen
om de verveling van een zondag te verdrijven
maar er is ook, af en toe, de doorbraak
van een herinnering aan de drukte
van een feestdag in Rome, zon en licht
om me te zeggen dat je van me houdt,
in stilte, met een glimlach
die er niet om liegt

maandag 2 januari 2017

Achter de tattoo’s op zijn blote arm
wachten de ijverige micro-organismen. 
Onder de motorhelm die hij liefdevol
tegen zijn borst drukt, klopt een hart
met risico op plotse dood. Ook bij hem.

Hij is gewikkeld in zijn defensieve stilte,
maar ook benieuwd naar wat er komen zal,
in een hoekje van een kleine kamer,
in een proces van vereenzaamd wegkwijnen.
Zijn stervende vader wil nog even bij hem zijn.

De verplegers weten meer. Ze knikken niet
naar tegencultuur. Ze kijken op, buiten,
wanneer het sneeuwt terwijl ze blijven roken.
Ze laten hun blik zakken naar de tegels
waar hun replieken staan te lezen.

Ginds glijdt de kliniek in een voorbije dag.
Hoe hard hij ook door de bochten scheurt,
herinneringen blijven de motard volgen. 
Snoeihard rockt zijn kindertijd: niet inhalen.
Een truck zwenkt. Het kan de laatste keer zijn. 


woensdag 21 december 2016

Honden huilen naar de maan, 
slapeloze componisten bezingen ze. 

Ik zwijg naar de maan, en de maan 
vindt dat zo grappig, dat ze lachend 
terug trilt naar me, alsof ze uitschoof 
en in het water viel. 

Ik houd van de maan rond Kerstmis, 
de koude Kerstmissen, ongekroonde 
missen in een miss-universe, 
behangen met een collier 
van diamanten sterren, 

sterren die weten 
dat ik me eenzaam voel, 

eenzaam als een huilende hond.

dinsdag 6 december 2016

Recepties vroeger en nu

Zie ons in kostuum 
van toastje naar toastje meanderen,
mensen kijken 
alsof we van planeet veranderen.

Onze blik wordt atmosferisch 
verstoord bij ’t jengelen,
in een hogedrukgebied, 
van flirtende engelen.

Het moet de kaviaar zijn 
die wordt rondgedeeld
wanneer iets grijpbaar lekkers 
in de diepte zeelt.

Vroeger zwegen de ouderen 
over zichzelf 
tijdens recepties met das, 
diamant en hoed op de schelf. 

Tegenwoordig doen dikke buiken 
die politiek bedrijven
het hier en nu geweld aan, 
alsof ware gevoelens uitblijven.

Je kan er donder op zeggen 
dat ik vlak voor de cava
uitbarst in mijn studententijd, 
die krater met lava

als hoorde ik stil in mezelf 
een hufter roepen:
’voor heel de bar een pint!’ 
Woorden om te snoepen,

maar ik zwijg. Ik zwijg 
zoals de wereld daarbuiten,
die verder ploegt 

terwijl de kinderen muiten.