dinsdag 29 december 2009

Huishoudelijke mededeling.

Momenteel bereid ik mijn programma's voor van oudejaarsavond (19-24u), Nieuwjaarsdag (concert uit Wenen) en 3 januari (Stouten op Zondag).  

Even geen poëzie. Maar ik schrijf wel ijverig verder aan mijn nieuwe prozatekst (het onderwerp houd ik nog even geheim). Tussendoor komen er uiteraard ook gedichten, mocht je daar zin in hebben.

In het oktobernummer van De Leeswolf staan twee positieve recensies: eentje over m'n laatste bundel, Een Boek van Tijd; het andere over mijn Ware Eden. Dat ervaar ik als een fijne aanmoediging. 

Ondertussen is er tussen 19 en 20u op Klara 'De Tuin van Eden', en elke zondag, van 9 tot 11u, 'Stouten op Zondag'. Geniet ervan!

Bart

woensdag 23 december 2009

Reproduction interdite (naar Magritte)

ik pauseer in de etalage van mijn mimiek --

lopende kandelaar die niet duren blijft


ik rinkel als glas met blauw flikkerlicht erbij --

hinkende spin in de uithoek van een vers


ik ken de terreur van oranje natriumlicht --

dit winterlandschap wil alleen maar Schubert


en een factory van woorden, reproduction 

interdite -- achter de vlam een insect 


terwijl het buiten gewoon maar sneeuwt  

en sneeuwt en sneeuwt -- in stille klanken

vrijdag 11 december 2009

Delay

De avond: een dode 
die zich bij het raam nestelt.

De grijsblauwe lantaarn is niet langer trots 
op zichzelf, versuft in het niemandsland

van een lichtend spleetje:
tijd gegijzeld

tussen kapotte flessen en etensresten.
Verlangen: gefladder tussen onleesbare graffiti.

Ze kruipen mee 
met de betonrot in mijn dromen.

Softies kapen mijn angst
van de ene kant van mijn hoofd

naar de andere. Iemand vraagt iets, 
een seconde later dan hij de woorden uitspreekt.

vrijdag 4 december 2009

Zonder titel

woorden --

leeggeroofde beloften

in een pas geopende schatkamer --

geritsel van vleermuizen

opgesloten in een sarcofaag --

oude handen --

tastend naar een ziel --

intiem geheugen --

daar ergens tussen mijn lichaam

en de wereld die ik wil zijn --


woorden --

bedaard gebleven stilte --

wie schoonheid opent

vindt een storm van stof -- 

balsem

van mysterieuze tijd --


traagheid --

waaronder ik lijd --


woorden --

vrijdag 27 november 2009

Samen

Die wrede ziekte van jou: een marmeren trap

rond je glimlach. Ik ga uitstappen

op de verdieping waar kooi en trap

tegelijk aankomen.


Kijk, zul je zeggen, de herfst wil stoeien met me,

op een bankje bij het water. Wie is hij?

Ik ga een blik werpen door je raam,

esdoorns en wilgen zullen een schutting opfleuren

met schaterende graffiti.


Nee, ik laat me vandaag niet leiden 

door wrede fantasieën

die al lang hun plekje hebben ingenomen,

vredig naast me op een trage gedachtentrein.


Alles wijst op tedere ondergrond,

stromen die geen kik geven

maar vloeien, als zweetdruppels in een mijn

die morgen gesloten wordt.


Geen spierballentaal om trots te zijn

op een zelf dat de luikjes neerhaalt.

Een halve eeuw drukke chaos komt zijn tol eisen

en jij gaat je ogen sluiten, onwetend.


Samen zullen we verder sporen,

de slaap van outback stations tegemoet.

Achter het raam de trucks, suizende nacht,

gemiste kansen, stoeiend in ons hoofd, 

sjalen in de wind.

zondag 22 november 2009

Geen boomstam die afdrijft

Ik loop met mezelf door het regenwoud. 

Kijk om me heen, ontdek het spel 

van natuurlijke selectie, geschikte biotopen

en spontaan toenemende diversiteit:

elk woord heeft zich aangepast

om een ruimte te benutten, waar verder

niets meer groeit.


Overkoepeld door een stil bladerdek

laat ik me bedwelmen door lucht, 

van vocht verzadigd. Geurige oceaan 

en golvende verzen van liefde.

Dit lichaam is geen boomstam die afdrijft

met leguanen naar de Galapagos, 

geen reukloze bloem. Alleen herinnering 


deint mee, tijdloos over de jaren.

Onder de kruidlaag, tussen bleke stammen, 

begin ik een nieuwe soort, aanvaard het eiland

en keer nooit meer terug.

Denkend aan mijn struggle for life,

die al voorbij is,

opgegaan in taal.

woensdag 18 november 2009

Brief aan Rainer

Geen directe vragen stellen
met voorverpakt antwoord.
Een gedicht moet ademen
als een stad na de Kerstmarkt.
Gun me dit Faustisch luchtje
van zilten hartstocht waarin ik
naïef rondloop, opgejaagd
monster in het labyrint
van een U-Bahn ohne Fahrer.
Luister naar het sneller slaand hart
van een verloren gelopen kind.
En kijk naar je beelden in mijn hoofd
al is je mythisch leven jaren dood,
gesloten als een illegaal bordeel
dat ruikt naar volmaakt romantische
scenario's en werelds ascetisme.
Geen vage allusies, Rainer,
op Luthers militante incarnatie
van superieure gevoelens.
De klokken beieren vrolijk verder
nu het koperen dak gezoend wordt
door een klaargekomen zon.
Beloon jezelf met de bonbons
en laat aan mij de Frische Birne.

vrijdag 13 november 2009

Reproduction interdite

Zal ik vragen wie dat is: Kunst. Snijdende wind van overmoed.

Nee, ik hoor geen schallen van bazuinen zonder ventielen

wanneer ik een koude stetoscoop van taal op Zijn longen duw,

om verborgen eeuwigheid te signaleren.


Zal ik voyeuristisch verlangen naar Adem, kijken hoe Hij het doet? 

Piepend ik: jammerende weeklank. Woorden: verscheurde zielen

die ik bijna niet meer hoor. Een smachten. Hartruis, dit spel is ruw.

Ik ga de leegte van mijn Kleine Dood ontberen.


En blijf verlangen. Onhoorbaar zacht.

Geen woorden geuren in Zijn mond, geen vaste sterren vliegen,

zo lang de voorraad strekt, hun rondjes in een nuchtere nacht.


Ik wacht. Het zijn twee chromosomen

die scoren willen, hoofse liefde met obscene taal bedriegen.

Mijn reproductie is verboden. Ik spiegel Magritte in Ego-dromen.


vrijdag 6 november 2009

Raadsel van roet

Mijn slecht herkende liefde waarvoor ik zwijgen moet 

is een weggesprongen genster met meereizende nacht,

zet het dak van mijn schedelherberg in lichterlaaie.


God is niet meer, opgegaan in rook, raadsel van roet

in verzen die al fresco glimmen. Zijn pen ademt, zacht.

Onirische woorden verward met slapende poezen. Ze logen

terwijl we samen hoopten dat de roes zou liggen gaan 

en ik nu, op een dijk met gras, tegen een kater tater.


Dood kan een huis vullen, een herinnering aan later,

het sterrengefonkel ontsteken op een leven hier vandaan.

Ik haal geheimen in en leg een hand op hun bange ogen.

dinsdag 27 oktober 2009

Huishoudelijke mededeling.

Excuses dat de poëzie even uitblijft. Ik schrijf momenteel een nieuwe prozatekst (het is nog wat tasten in het duister, vandaar dat ik er voorlopig liever het zwijgen toe doe). Tussendoor komen er natuurlijk weer gedichten, mocht je daar zin in hebben.

In het oktobernummer van De Leeswolf staan twee positieve recensies: eentje over m'n laatste bundel, Een Boek van Tijd; het andere over mijn Ware Eden (met vier sterren). Dat ervaar ik als een fijne aanmoediging. Ik schrijf gauw verder!

Ondertussen is er tussen 19 en 20u op Klara 'De Tuin van Eden', en elke zondag, van 9 tot 11u, 'Stouten op Zondag'. Geniet ervan!

Bart



dinsdag 20 oktober 2009

Schaakspel in de nacht

Haar computer baarde kunst, een leven
morfend tot verbeelding met beurse plekken.
Zij was een koningin, gevallen door de mazen
van het world wide web.

Hier wil ik de nacht doorbrengen, zei ze,
in je vindingrijke brein, met maanlicht
op een marmeren vloer, om lopers te schaken
die de deuren voor ons openen.

We chatten er wild op los, als los-
geslagen paarden in de steppen, schichtig
in de kou, blind voor de dreigende ondergang
van een melodie in die stukgedraaide clip op MTV.

Action replay van een hiernamaals,
tedere terugkeer van een tijd
die er minder toe doet
sedert ik haar ken.

zaterdag 17 oktober 2009

Dialoog en pauze-monoloog.

'Zou jij kinderen willen?'
Mijn blik was aan het raam blijven kleven,
het verkeerslicht sprong op groen
en de tram schoof in de bocht.

PAUZE:

Stokoude kerkklokken in de wind
markeren het bedeesde middernacht --
een laaiend stilleven van Wedekind,
rijp op een bloemblad voor morgen.

De regen lacht, de regen bedrijft de liefde,
hormonen popelen, mijn scheikunde wacht --
ik negeer je tegenzin die mij griefde,
ik wil geen vreugde met nieuwe zorgen.

Dit is nog maar een begin: dwaze hoop
door glimmende straten, ten dode opgeschreven.
De bliksem haalt me in, hoe hard ik ook loop,
wijken moet ik voor de illusies van mijn leven.

EINDE:

'Nee, ik denk van niet. Jij?'
'Ik wel'.
'Ook als ze lastig zijn en zeuren,
emotioneel in de knoop zitten,
van huis weglopen en je via sms laten weten
dat ze nooit meer terugkomen? Ook dan?'

'Ook dan', zei hij stil, en zweeg raadselachtig.

zaterdag 10 oktober 2009

Huishoudelijke mededeling.

Bart contra Lange Wapper: momenteel schrijf ik een gedicht dat ik, in een blijk van sympathie voor de actiegroep ADEMLOOS, live ga lezen in het cultureel centrum van Deurne, nu donderdag 15 oktober tussen 20.30 en 21.30u (Frans Messingstraat 36, 2100 Deurne).


dinsdag 6 oktober 2009

Altijd een beetje Moskou

In mijn straat is het altijd een beetje Moskou, 

vlak na de val.


De tijd zal mijn lijk draperen

met de geuren van het Rode Plein.

Daar heb ik gewoond. Wanneer het regende

roken mijn wensen naar Soviet-snuisterijen

en oude mausoleum-geheimen, bewaakt

door de ganzenpas van feeërieke gardisten.

Vandaag wordt het tafereeltje verbruid

door koude wind en gillende meiden.

Ik ga nog steeds op zoek naar Lenin,

als mijn vader naar zijn wassen beeld.


Die geur, die veel te luide decibels

maskeerden een stem, slecht ontweken dood

waarmee de flikken elkaar klemrijden

terwijl een ochtendzon kleurvlakken uitprobeert

op de Sint-Basiliuskathedraal, uit verveling. 


In Moskou staat het mooiste schuldgevoel

op twee gekloven lippen. Ik zoen ze,

midden in mijn straat, 

terwijl bloed in de riool sijpelt,

niemand om me te vertellen

waar het plots vandaan komt.

maandag 5 oktober 2009

Steeds meer mensen

Er leven drie maal zoveel mensen op aarde
als toen ik geboren werd. Uit dezelfde wellust
in andere kamers. En er komt geen einde aan.
Nog steeds sukkelen zaadjes te ver van de poel,
als peddelende watereenden die verdwalen.

Ik kijk naar de taxi's en hoe ze zich nerveus vervelen,
onder het licht van een lantaarn die maar wat aanmoddert,
met een absurde saxofoon erbij. Irritante knipoogjes
van neon, terrasgezelligheid verbruid door vuige wind
en de slecht herkende burn-out van continenten,
versteende ogen tussen opgeworpen kluiten aarde.

Er leven drie en een half maal zoveel mensen
onder het falende kunstlicht voor mijn deur.
Ik wens ze allemaal een partner, een bed
om in te slapen en voldoende koren om te dorsen,
zoals de boer boven mijn kussen, would-be poster
met veel te luide decibels door de muur.

vrijdag 2 oktober 2009

Test

een twee -- een twee --

test -- test -- ik zei -- 

zei je wat? -- zei ik --

en jij zei -- nee -- ik zei niets --

hoezo -- zei je -- wilde je dan

dat ik iets zeggen zou? --

en zo praatten we dan --

in het hoop dat praten

vast te houden -- en vol --

pwfff -- pwfff -- 

test -- test --

ik test je systeem

en jij het mijne

donderdag 1 oktober 2009

Laatste treurwilg

Taal is mijn troost, mijn vodka in de kou,

mijn bijna-dood, wanneer ik doof en blind

geen terugweg vind, geen angst die me bindt

is taal de laatste treurwilg waar ik van je hou.

dinsdag 29 september 2009

Snel

Soms komt wat je nooit voor mogelijk hebt gehouden,
ongevraagd, onopgemerkt naar je toe.
Je moet er alleen de tijd voor nemen. 
Al lijkt het duizelingwekkend snel te gaan.

De thee duurt langer dan het kopje.
De fruitsmaak weekt gedachten los,
alsof ze je al jaren kent.
Nu staat er liefde op het spel.
De wereld moet maar even leren wachten.

Buiten vervreemden de steegjes van Aleppo
van hun roerige middeleeuwen. 
Binnen ligt er meer dan 7000 jaar oude geschiedenis
onder de vloer. Dat is allemaal zonder geheim.
Alleen de valse wand, verstopt achter een tapijt
dat gevoeld wil worden, leidt naar een kamer
waar oude dromen mijn onverwachte komst verbeiden.

Hoe zijn ze daar geraakt?
Wie heeft ze de weg gewezen?
In het donker zie ik alleen twee nieuwsgierige ogen.

maandag 28 september 2009

Kom, dichter

Het hemeldak van onze liefde

gaat open als een gestolen Jaguar.

Ik sta te gapen naar de leegte,

tel de sterren die ik vergeten ben.


Je speelt met de aansteker, je steelt

geen hartsvuur zonder rook:

kom dichter, dan zal ik je omarmen

met een vers waarvan je stil wordt.


Soms lijkt het of we, stilstaand, vliegen.

Het zijn de sterren die verdwijnen.

Dan weet ik dat je me plaagt, gesloten ogen

in de aanslag, een zintuig achterlatend


als een teveel. Elke zoen een harde landing

waarop de intercom een 'thanks for flying' breidt.

Ondertussen smelten je lippen, benevel ik

je slapende aarde met nieuw verlangen.

Aankomst in Riga

Vandaag leg je een krakende plaat op.
Je hersenen verbruisen
en de enige die luistert is mijn fantasie,
gids voor een eenzame planeet.

Alles zit iets anders dwars, bij jou.
Foccaccia's van woorden verlaten de oven
en draaien op een rollend tapijt van tijd
waar ik mijn hand niet aan verbrand.
Als ik mezelf uithonger
wordt deze dag een kuur in een weeshuis.

Maar soms hoor ik in de intercom
die haar jaren verraadt, een bijtje
op een brommer. Hij stak de weg over
en botste op je wang. Dat lijkt een sluwe zet
of toeval met helende kracht.
Als een koffer die omvalt in de immobiele drukte
en zo zijn entree maakt in de samenleving
met sexy stemmen die ons willen boarden.

donderdag 24 september 2009

Het gebeurt niet vaak

Het gebeurt niet vaak dat een Indiër

mijn bus opstapt, maar de zeldzame keren

dat ik daarover droom zou ik me voor heel de wereld

willen verontschuldigen zoals hij is. 

En waarom hij de weg kwijt is.


Zelf volg ik elke avond mijn oude hart.

De kleuren van een TV-toestel aan de overkant 

van de straat, weerspiegeld in het glas

waar de bus moet verschijnen dadelijk,

wanneer hij om de hoek draait, herinneren me

aan de Beatles in Tongeren, zoals ik ze in de etalage

van een electro-winkel zag spelen, in kleur,

aan het einde van het zwart-wit tijdperk.

Geen excuses nodig. Ik herinner me de magie

en dat is dat.


Terreinwagens scheuren voorbij. Zonder struikgewas.

Mrs. Albright, met een naam om tandpasta te promoten,

kun je bestellen om congressen te leiden. In mijn droom

bestuurt ze een pantserwagen die Freelander heet.

Ik houd haar tegen en vraag waarom. 

Vlak voor het ontwaken. Ze zegt pardon. Live op CBS.

Plasma voor de kleinste pukkels.


Ze wil alleen nog Condoleeza Rice bij de vis, zegt ze,

in het restaurant recht tegenover het Witte Huis,

waar Boris Yeltsin ooit, stomdronken, zichzelf vergat.

En dat was dat. 


Je hebt seriemoordenaars, tegenwoordig,

in de gedaante van een kiekendief, ook zij rijden mee

op mijn bus die ingehaald wordt 


door de Explorers en Pathfinders van een nieuwe tijd.

woensdag 23 september 2009

Zonder titel (herwerkt)

En dan slaapt de wereld.

Banen worden stil geschrapt, 

Ahmedinejad verbergt verrijkt uranium

en Obama vijlt zijn retoriek voor de V.N.


Daar hang ik dan, in een spartelend vliegtuig

dat zich druk maakt om beenruimtes,

exit seats, zoutloze sandwiches

en smakeloze grapjes, koppen snellend

in Time en Herald Tribune.


Mijn hart is een vriendelijke reus

die op lage toeren sputtert:

hij maakt het vliegtuig leeg,

stoft de laatste emotie weg die is blijven liggen,

onder kussens die geuren naar de mottenballen

van oude continenten. 


PLEASE SWITCH OFF MY MOBILE PHONE

kuch ik naar de steward. Want het is onveilig

om te bellen naar de andere kant van de wereld, 

en de steward geeft niet thuis

wanneer ik braaf de regels van het vliegen respecteer.

dinsdag 22 september 2009

Rest me te vermelden

Rest me te vermelden, 

denk ik na afloop van onze oogcontacten,

dat ik niet zonder fouten ben, roekeloos

als een lege bus die door haarspeldbochten raast.

Dat mijn hart gevaarlijk zweeft 

als de uitgebrande trap van een maanraket,

daar ergens in een zacht ruisend verleden.


Rest me te vermelden 

dat ik de komst van dit schrift heb verbeid

met een pornografische blik die mijn routine onderwerpt.

Daarin verschijn jij dan, gloeiende ruimte boven mij,

gek van smart. Geen enkel smeekwoord. Geen idee

waarom zo stil. En dat je de stadstuintjes van Riga

door je toekomst gaat vervangen.


De zon zal tot goud verbleken.

Maar de avond? Nog steeds niet in wording.

En hoe het slapen met jou een volgend uitstel is

terwijl de tijd voor ons uitvliegt, als een nachtvogel 

naar de schemer. 

Rest me te vermelden

dat ik, eenzaam, van je houd.

maandag 21 september 2009

Liefde is een kunstenaar

De tijd wil een blijvend teken van aanbidding, 

maar het zand van de geschiedenis 

houdt mijn voetafdrukken niet vast

in de kletterende regenbui die haar art nouveau

het lot van andere uren oplegt.


Ik zit recht tegenover het museum van de barricades,

op een terras dat open en bloot blijft in het noodweer.

Links van mij beschonken Zwitserse Alpenboeren, 

twistend met de regen. En in de rechterhelft 

van mijn hersenen, klagende Spaanse vrouwen

met paardenkracht tussen de oren. Ze knikken

naar mij, in de roemloze stilte die hen overvalt

tussen twee gerechten door. Wou ik dromen dan?


Koppeltjes krijgen gratis dekens,

om hun gezelligheid vol te houden.

En ik zie de beloften op hun gekloven lippen, 

mijn kans op de fraaie parels van een vreemde taal.

'It was tasty' stelt de ober voor,

alsof hij antwoorden wil in mijn plaats.

zaterdag 19 september 2009

Zonder titel (fragm.)

Nee... ik laat me niet leiden

door de wreedste fantasieën

die al lang hun plekje hebben ingenomen,

vredig naast me op de trage gedachtentrein.


Alles wijst op tedere ondergrond,

stromen die geen kik geven

maar vloeien, als zweetdruppels in een goudmijn

die morgenvroeg gesloten wordt.


Geen spierballentaal om trots te zijn

op een zelf dat net de luikjes heeft neergehaald.

Een halve eeuw drukke chaos komt zijn tol eisen

maar jij hebt je ogen gesloten, onwetend.


En samen sporen we verder, 

de slaap van outbackstations tegemoet.

Achter het raam de trucks, suizende nacht.

Stoeiend in ons hoofd: gemiste kansen,


sjalen in de wind.

dinsdag 8 september 2009

Huishoudelijk

Even geen nieuwe gedichten. Ik werk momenteel aan een lange tekst gebaseerd op de aantekeningen die ik maakte tijdens mijn recente reis naar Riga, Letland.

'De Tuin van Eden' gaat weer open op maandag 14 september (na een korte onderbreking voor het KLARA-festival).

Ondertussen kan u kennismaken met mijn nieuwe zondagmorgenprogramma: 'Stouten op Zondag' (KLARA, 9-11u).



Ik luister naar de Baltische zee, 

op platen die nog kraken, 

met wind die komt aanzetten

uit een ver verleden, en de zee doof maakt,

en golven boos -- een fluisterstem van oeroud geboomte. 

Het is Peteris Vasks. Hij omkranst mijn hart 

met gevlochten riet. 

Golven van vreugde blijven achter 

en een koude rilling van glibberig zeewier

glijdt over mijn rug. 


Dit is Riga, daar ergens in mijn hoofd 

waar de Intercom haar jaren verraadt, tinnitus

van onuitwisbaar verlangen. 

En het vliegtuig ben ik al vergeten. 

Het hangt nu hoog boven de bar van een sloppenbuurt,

onvindbaar in de wanhopige leegte.


zaterdag 29 augustus 2009

Zandzaad in de wind

zandzaad in de wind
bloemen die wuiven
om hun insecten te lokken
hopend dat ze veilig kunnen landen

zandzaad in de wind
in de zondezomer
regen met volwassen kind
dat ik niet herkennen wou

ze is tweeëntwintig, de wereld
loopt naast haar in de regen
en ik word in haar glimlach geboren
kruispunt van eenzame wegen

ik observeer het krachtenspel
van mijn woorden, bereik het beste compromis:
steeds meer zaad, steeds hardere wind,
driestere regen en hogere stelen

daarom loopt ze in crêpe rok
op hoge hakken, haar los om het hoofd
daarom zoem ik in open verzen
futiele liefde voor orchideeën zonder toekomst

maandag 24 augustus 2009

bij het graf van Spengler

bij het graf van Spengler

gaapt een krekel, vergeten,

verbitterd, verguisd als een joodse rebel, 

naar het vloeibaar gesteente dat stolt

waar ooit een eeuw diamant is geweest


verovering van licht op de slapeloze nacht:

een zigeunermaan, doorgezakte lieveling 

in een muntgleuf, en door het gordijn van de tijd

herbetovering van een vervaagde droom

die op het behang achterbleef

overal en nergens

ik sta aan de rand

van een vijver die niet zal trillen,

opdat iemand zijn tedere blikken

nog kan gooien


uiteindelijk telt niets,

ook dit zelfbeeld niet,

vager dan ik verwoorden kan,

tenzij ik me vergis


en dit beeld echter is

dan de miljarden moleculen

zonder naam

die deze pen hanteren


om te begrijpen waar ze heen willen

en terugkeren

als een zwemmer naar de kleedkamer

omdat hij zijn handdoek was vergeten


niets telt uiteindelijk

de woorden niet, hun zang

in de leegte en mijn vermoeide ogen

die niet meer weten wat ze zien


niets

om uit te kijken naar de wondermooie film

die wacht op mijn sterfbed

waar ik mezelf zal zijn


in Indië, op een bankje voor de Taj Mahal

in Japan, op een brugje boven de brullende beken

van Hokkaido in de mist

en duizend maal duizend overal


en nergens, samen met de miljarden moleculen

die elke dag sterven

terwijl ik leef

en beef

donderdag 20 augustus 2009

Darwin

Goed onthouden -- zei hij -- dat mensen
je af en toe in herinnering moeten brengen
waarom er bewijzen te over zijn
voor de theorie van Darwin over ontstaan
en groei en bloei van alle leven
en waarom mensen zijn zoals ze zijn
-- hij en ik inbegrepen --
al liggen we er
zelden wakker van.
En dat de vraag niet zozeer was
of nieuwe soorten ontstaan -- dat doen ze
zeker, en hij keek me aan -- en evenmin
of Darwins favoriete proces van natuurlijke
selectie ooit van invloed is op onze gang van zaken
-- dat moet beslist het geval zijn --
maar wel -- het krijt werd neergelegd --
of we daarmee een motor hebben gevonden
voor de extreme complexiteit van alle leven
rondom ons --

we waren helemaal alleen.

Die laatste propositie -- nu fluisterend --
wordt gretig geloofd en verkondigd
in de scholen van onze belastingbetalers,
niet zozeer omdat ze plausibel klinkt
-- ik knikte al gedwee --
maar omdat ze geschraagd wordt
door het materialisme van een elite.

Ik schrok. Hij sprak zo verleidelijk
teder in mijn oren dat ik opeens de behoefte
voelde om mijn eigen outback te maken

in een gedicht.

Waarna hij zich omdraaide
om zedig te kuchen. Weg van mij.

maandag 17 augustus 2009

Zang, licht, woord

We zingen de dingen waarvoor we geboren zijn.

Dat we houden van. En dan weer niet. Elkaar.

Het zijn buitelende woorden die verstoppertje spelen

terwijl de zon zich gedeisd houdt tussen de bomen

in deze vervormende spiegel van snaakse letters.


Ik hoor de haan kraaien bij een marmeren fontein.

Spuit beelden terwijl donder macht vertoont. Maar waar

zal ik mijn fermenterende dageraadtaal met je delen?

Licht sluipt binnen in een uitgebloeide iris. Dromen

met twijgen van goud weerkaatsen sterren en ketters.

zondag 16 augustus 2009

Fladderende donder

De dorpsklok van Bronckhorst 

heeft torenhoog weinig te vertellen 

over vijf luttele huizen en een paardenkop

onder de tranen van de hemel.


Haar grote wijzer is een ui 

die langzaam goud begint te kleuren.

Mijn plu wil dichtgaan, ik houd hem open.

Misschien komt het omdat God vandaag


niet goed weet wat hij wil -- nu eens regen

en dan weer mijn hoofd als een Achterhoek

waar hij eeuwig zomeren kan.

Zijn bliksem is overal en nergens. 


Gisteren in de belbus leek het wel ergens.

Hij speelde verstoppertje bij de Ijssel 

tussen de goed geteelde rozen  

die naar morgen willen geuren.


Een vlindertje heeft Hengelo bereikt.

Ik voel het aan de pas geseinde kleuren. 

Licht is droom noch schim.

Een fladderende donder die ik dim.

vrijdag 14 augustus 2009

Iemand is gaan varen

Druppels wanhoop huilt de grot

wanneer ik alleen ben

in mijn vallei van rusteloze doden.

Druppels zon

die haar rug keert naar mij

aan een rebelse hemel.


Ik roep namen. 

Ze verschijnen 

in koude cirkels van licht. 

Verdwijnen

in een galm van groeiend donker.

Glibberige herinnering 

is dauw op mos van tijd.


En teken mijn woorden als prooien

op de plankdunne wanden 

van liefdes achterzaaltje.

Bochtige onderaardse rivier:

Iemand is gaan varen met mijn goden.