woensdag 28 januari 2009

Alonnisos (uit 'Een boek van tijd', vertaald in het Frans door Bernard de Coen)

1977 ALONNISOS

Sa poitrine de fillette dansante
et la pluie qui s’abat,
une vague de violence déchaînée
au printemps.

Des mouettes mises en lambeaux,
l’histoire se plaignant comme de la pierre pulvérisée,
des commentaires qui courent dans l’intercom crépitant
et tout bien trop tard. ‘The name of the ship
is Problem’ dit-elle.

Attendant en poésie ruisselante:
d’anciennes rondes, radotages putassiers, lascifs
et flashy et nus, comme des oliviers
baignant dans un fleuve de temps
qui embrasse vos lèvres
comme de la retsina douce-amère.

En gloire rembetika effacée, la malle quitte
Alonnisos et avance lentement dans la nuit

par-dessus les toits de petites églises abandonnées.

Bliksem

Het is tien over weet ik veel, het bliksemt
en de verlichting staat al ter discussie:
loop naar de donder, denk ik, met een meisje
dat mijn leeftijd zou kunnen zijn. Zo bloost,
onder de stukke plu, haar filosofie als troost
waarover ze tussen de auto's loopt te doctoreren.
Troost voor wie of wat? We zijn toch geen Masai
die onder een spervuur van zon en regen op lijdenswegen
door de eeuwen lopen, tussen leeuw en hert, van strohut
naar klokketoren. Toch klinkt ze plompverloren,
onder drachtige wolken van toekomstwensen

die in mijn armen willen exploderen.

dinsdag 27 januari 2009

Zoen

Ik wil je vertellen wie je bent
wanneer ik je aankijk
in deze crash vlak voor je mond.
Boos ben ik 
achter een masker van stilte
voor eenmalig gebruik.
Je moet nu echt gaan,
zingt de muëzzin, een beetje vals.
Ik sta pal tegenover je oudste twijfel.
Ik ben je profeet vandaag, soft en scherp.
Je moet echt blijven,
zolang er woorden zijn.

woensdag 21 januari 2009

In memoriam Bart V. S. (vandaag veel te jong overleden)

Je stoeit niet langer met apestaartjes
in het kolkende grijs van mijn geheugen.
Je wil niet langer lachen met mij
als ben ik de zeurende naald
op een oude radio.
Jij, die mijn rust bent in de ruis,
je loopt nu plots verloren in mijn Internet
over het bevroren meer van veel te dunne hoop.
Midden in de winter moet je heengaan,
en ik je naam maar roepen,
als een riedeltje in deze miezer.

Bart, waar ben je?
Je antwoordt in de e-mails
die ik toevallig heb bewaard.
Als een feniks herrijs je
tussen de grapjes van je virtuele as.
Hier ben ik, in de geur van een herinnering.
In een tuin van Eden word ik opnieuw geboren,
naast zacht klinkende klokken van God.
Hij doet me teken, als een technicus,
wanneer ik je mag groeten.
Dus daar ben je, Bart. In dat bronzen akkoord
aan het slot. Ik had het kunnen denken.
Het lost langzaam op, het rookpluimpje
van je leven. Waar onze namen 
voor eeuwig zijn verweven.

zondag 18 januari 2009

Ondanks alle kledij
die ik nooit dragen zal
staren plastic mannequins
met poging tot glimlach
mij in hun dure outfits aan,
zoals een hoer zou doen
wanneer je niet zeker weet
of je belangstelling verraadt.
Het is al uren sluitingstijd,
ik zou zo graag een raam stukslaan
om te graaien in een shortlist gebreken
waaruit mijn zelfhaat wat straatverzen alarmeert.

woensdag 14 januari 2009

Muur

Waarom de bloemen wuiven in de wind:
om hun insecten te lokken, hopend
dat ze veilig kunnen landen.
Ik observeer het krachtenspel
van mijn woorden en bereik
het beste compromis: steeds meer zaad,
steeds hardere wind en hogere stelen.

Daarom lopen meisjes in crêpe rok,
op hoge hakken, haar los om het hoofd.

Daarom zoemt mijn hart in een gesloten kamer,
voor een orchidee zonder toekomst.

Daarom bid ik voor een stenen muur
waar ik niet doorheen raak
met mijn verlangen.

zondag 11 januari 2009

Kwijt

Ik had wat zilte verzen voor je klaar.

Over kilometers stevig op de trappers

van een groot project. Ik zag me

helemaal alleen

                         op het strand, de zee-

lucht deed me goed en Oostende

was een magische melodie in de verte

die ik gauw in troostend volrijm

vangen moet. Dat soort verzen

had ik voor je klaar.


Er liep een hond naar de golven.

Iemand had een stok gegooid -- 

waarom ik steeds dezelfde dingen 

terughaal begrijp ik nooit.

Plannen geknakt door het leven.

Even verschijnen ze in een schrijfbunker

met uitzicht op mijn kindertijd,

dan weer verdwijnen ze in de ebbe

van slecht verteerde herinnering,

ruisende geheimen in een schelp.

Ik help ze naar de eeuwigheid.

Daar loopt die hond al door de golven.


Vanmorgen nog galmden de verzen

door mijn hoofd. Zenuwachtige lachjes

en een leugen zonder licht.

Nu zie ik de ernst op je gezicht,

de paarse lippen van jaren schrappen

en hopen dat iets overblijft.


Maar nu

ben ik de verzen kwijt.

Hun houding van onfeilbaarheid

zat me dwars. 

Het feestgedruis

van hun smaakvolle overdaad.

Ik had ze moeten berispen,

die pretentieuze vlegels

zonder toekomst in een bundel.

Nu ben ik alleen

met de moordenaar van mijn twijfel.

Hoe houd ik hem gedeisd?

Ik ga te rade bij Kavafis

die schreef waarover je zwijgt

en alleen de stilte overhield

om keurig bij te vijlen.


Het pistool is niet geladen.

De woorden zullen inslaan

als kogels zonder bloed.

Ik zal ontsnappen

terwijl de gaten achterblijven.

Als herinneringen

na mijn dood.

In jouw hoofd.


Als droedels,

onuitgegeven.

donderdag 8 januari 2009

Poster

Voorbij de gemediterraniseerde Liefde gelopen
van een poster. Daaronder passeert de plaag,
met teutoonse logheid, van kleinburgers
die ik in mijn bange dromen zie: trauma's
in de speeltuin van het kinderlijk kapitalisme.
Ik bots tegen een vraag zonder glimlach. Of ik denk
dat ik het voetpad voor mij alleen heb. Zo smal
is het plots geworden in de haast van een kerel
die nog een wereld gekend heeft waar je de tijd neemt,
dertig jaar geleden. Het enige wat hem hier ontbreekt,
zoals God, is een groot publiek. Ik laat hem maar passeren,
Liefde, heel de stad heeft je in de gaten, daarboven.

dinsdag 6 januari 2009

Gossip (vertaling: Annmarie Sauer)

Some people offer a home
for my ghosts, but do not recognize
the visitors and serve
tea with sugar cubes dissolving
like secrets in a whore’s bed.
I vanish in rumors
and promises, never kept,
as the label NEW on a bag of coffee
of too old a brand.
Maybe one day a shade will pass
passing on the gossip.
Then a glass of water will do.

zondag 4 januari 2009

Bad

Mijn olifantengeheugen? Een badtobbe
met lauw water en eendje. Er drijft
goedkope afleiding mee tot ik de info
liever kwijt ben. Dan is het verstillen
zonder bodemvrijheid voor een verleden
dat onhoudbaar is. Het enige wat mij,
naakte God, na al die jaren nog ontbreekt,
is een groot publiek. Draai mijn mengkraan
open van droom en fantasie -- niemand kijkt.
Water loopt weg. Schuim implodeert. Droog me
met een handdoek van schone schaamte.
Zal ik kwakend pronken in een holle kamer?

donderdag 1 januari 2009

Verspreking

Ik verga. De wolken vergaan.
Jij vergaat. De maan bestaat.
Een woordverspreking. Meer niet.
Soms is het een hele wereld
die vergaat, zonder angst
dat je het stof blaast
Van zijn ziel. Wijn
en loslippigheid
en labiale uitschuivers erbij.
Dan weer een naam die je prikkelt.
Naakt en zacht
in al zijn onbezonnen pracht.