vrijdag 27 maart 2009

Bath (vert.: Annmarie Sauer)

My elephantine memory? A bathtub
with lukewarm water and a duck.

Cheap diversion floats along until I’d rather
loose the info. Then the silencing is
fathomless for a past
untenable. I, naked God, after all
these years only lack a
large audience. Turn on the hot and cold
of dream and fantasy – nobody is watching.
Water runs away. Foam implodes. Dry me
with a towel of shining shame.
Shall I chatter prancing in a hollow room?

woensdag 25 maart 2009

Return (transl.: Annmarie Sauer)

Return,
as the forever spring in images I tattooed
into a former version
of my dandified future:
shining déjà-vu, one more stupid than another,
looking for rhyme, thyme and taddle taling
alliteration

of ideals no longer glowing,
magic potions I don’t want to tamper with,
only slivers of short-term memory
to warm by
in this head without voices
silent as an empty belly without noises

zondag 22 maart 2009

Terugkeer

Terugkeer,
als eeuwige lente die ik beeldend tatoueer,
naar een vorige versie
van mijn opgedirkte toekomst:
glimmende déjà-vus, allemaal om ter domst,
op zoek naar rijm, thijm en taterende alliteratie

van idealen die niet langer gloeien,
toverdrankjes waarmee ik niet wil knoeien,
slechts flinterdunne kortetermijnherinnering
om me bij te warmen
in dit hoofd zonder stemmen,
stil als een buik zonder darmen.

zaterdag 21 maart 2009

Het is als...

Het is als een vraag vinden
zonder dat je zoekt:
de vooruitgang die je boekt
door het onverzoenbare te binden.

Het is als Bach de ruimte in spelen
aan boord van een verdwaalde Sojoez:
de oude emotie, vergankelijke roes
na vele jaren op aarde terugkeren.

De storm van het leven huilt accelerando
als een woonark die in de regen wiebelt.
Het is als liefde op een ontstemde piano
die in mijn verkleumde vingers kriebelt.

Zal ik mijn toekomstkennis overdrijven?
Zomaar een gedicht waarin ik me afvraag
waarom ik al die tijd nog bij je wil blijven

terwijl ik jou en mij, en hoe ik je behaag
in swingende schoonheid weer beklaag.

maandag 9 maart 2009

Regie

Ik zit mezelf te overtuigen
dat ik een regisseur ben
van het leven dat ik achterlaat
als een brandend kaarsje
in de koude kerk. Walm
van herinnering, sporen van was,
verleden tijd die niemand meer 
vervoegt.

Ik zal het koesteren, dat beeld.
Het ruikt naar prevelende lippen,
hoop die een muntstuk laat branden
en twee in liefde verstrengelde handen.
Het zal mijn Ik zijn die zichzelf vergeet
zo lang de vlam haar tocht van taal 
overleeft en alle oude dagen souffleert
om bij me te blijven, zo lang de verzen
duren, ver verspreide deeltjes
in de hechtenis van uren.

zaterdag 7 maart 2009

schallende druppels

klop
klop klop --
mijn angst
op je deur

drip drop
drip drip drop --
jouw bruidswitte bloem
van genegenheid
in een tijdelijk bed
met lekkende baxter

drip
drop --

bloeiende hoop
in de achtergebleven geur
van een gesloopte kelder

goor verleden
met sexy verpleegster

een zintuig dat ik niet kan zien
volgt me van je hoofdkussen
naar de goederentrein in het maïsveld
waar zelftwijfel en doelloosheid
elkaar bevruchten
terwijl een wolk theatraal openspat --

ik smeek je schallende dood
die maar wat rondhing in de lucht
te verdwijnen achter twee gordijnen

zondag 1 maart 2009

Wuivende verzen (fragment)

Barack Obama heeft wel wat te zeggen
maar wordt weer eens de mond gesnoerd

door al het lekkers dat zich moeit.
Zie hem daar zwemmen in melk en melancholie

rond het oude kasteel van zijn dromen,
alsof er geld is om het te restaureren

voor Al Qaeda uit een bundel bergen stapt
terwijl hij zijn ererondjes trekt. 

Mijn verzen. Dromen, ruisende bomen.
Ze wuiven naar hem, moedigen hem aan

door hun raam. Geen waas van ironie
belet het zicht op zijn beneden.

De brug haalt zichzelf op, bang
dat hij naakt zal speechen

op een verschrompelde publieke ruimte
waar de zon nog niet is langs geweest.