woensdag 29 april 2009

Groeten uit Guantanamo

Word weer eens de mond gesnoerd.

Door al het lekkers dat zich moeit.

Zwem in melk en melancholie.

Stap uit een bundel bergen,

als Al Qaeda uit een droom.

Wuif naar Barack Obama,

cast away op een eiland van beton.

Zonder zon. Word wakker naast hem

tussen opgerolde prikkeldraad, 

scheermesjes en revolvers.

Waarachter kliffen en de oceaan.

Zeg gevoelloos Morgen, meneer de President.

Zeg dat ik een mes voel. En laat urenlang

de stilte luider om aandacht zingen

dan de luidste rock 'n roll.

700 vermeende terroristen, aldus de krant,

in de luie zetel waar ik me verveel,

met een koelkast binnen handbereik.

700 vermeende terroristen, meneer de President.

Kamer een fata morgana van vaalwitte leegte.

Weinig licht. Knarsend geweten.

De radio die speelt. En me vrij wil maken.

Opdat het closing-down proces beginnen zou.

Hallo Houston. - - - - - - - - - - - - - - - - - Mare

tranquillitatis. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

De oceaan verwelkomen. Vol lopen

en luider schreeuwen dan de luidste rock 'n roll

om aandacht. 

Zachtblauwe vergezichten. Vergeeld.

Nog oudere spoken die op de vuist gaan

met elkaar.

Bevroren rozen,

spinsels die door de kamer sleeën. 

dinsdag 28 april 2009

Feuilleton van herinnering

AFLEVERING 1

In de regel bewonder ik geschiedenis 

van een gecultiveerde menselijke geest. 

Wie dit leest keert als een wandeling terug 

bij het eerste mooie weer. Mijn verzen 

willen het lentelicht goed verdragen. 

Ik pijnig mijn denken. Loop mee 

om mijn wereld beter te begrijpen. 


AFLEVERING 2

Natte aarde volstaat. Een plu

met kwetterende kwezels eronder. 

Ze springen opzij voor een malle fiets 

in glijpartij. Ik houd me koest, oude fictie

heeft verwaarloosbaar weinig te vertellen

op mijn plank vandaag. En deze dictie

is een bospad dat er slijkerig bijligt.


AFLEVERING 3

Later -- terug van weggeweest uit de jeugd.

Hoe ik uitglijd over een losliggende tegel

van mémoire involontaire, in de geur

waarin ik oude tantes gevangen houd.

Het trauma van deze tijd is een kopje thee

met zandgebak. Mijn natuur regisseert

Gespenste der Vergangenheit. 

zondag 26 april 2009

Alone tonight (transl. Annmarie Sauer)

I live along tonight

with my heart hardened by love --

I nurture it in language


like crackling lace of eternity

I embalm Life, a mummy

with faded longing--


soon the scent of my still petal spreads:

God in a hidden hole

with burning ivory, shrill


and funerary ribbons, wafting

in the icy silence

of a postponed systole

vrijdag 24 april 2009

Vragen zonder tekens

Zal ik een bloem voor jou snijden
uit het zijden gewaad
van de vroegste dageraad
in het slaapgestoorde park van Shinjuku,
koud en glimlachend,
als melk in een nachtwinkel.

Zul je rillen
met de druppels van mijn liefdesdauw.
En kleuren zullen schreeuwen
in het doek dat ik schilder,
in de laatste huilbui van een wolk.

Mijn bloei wil altijd overdrijven.
Deze bloei,
gisteravond nog verstopt achter de mist,
dichtgeschoven als een gordijn.
Zal ik je antwoord drinken dat niet komt,
omdat ik het niet wil.
Er ligt een plas
met natriumlicht in Sanchome.

Wil ik naar bed. Alleen.
Met het oranje van de nacht.
De nacht die zon wil blijven.

maandag 20 april 2009

Alleen vanavond

ik leef alleen vanavond
met mijn door liefde versteend hart --
ik koester het in taal

als een krakend kantwerk van eeuwigheid --
ik balsem Leven als een mummie
met verbleekt verlangen --

straks geurt mijn roerloos bloemblad:
God in een verholen kuil
met brandend ivoor, schril

en begrafenislinten, waaiend
in de ijzige stilte
van een uitgestelde systole

woensdag 15 april 2009

Vroeg naar bed

De buren, krokante crisps
in een spannende film
die haar hoogtepunt nadert, 
zijn stil vanavond.

Ik benijd ze niet.
Hun joystick is buiten dienst.
Ze gaan niet eens van bil,
sparen hun kalorieën
voor de grote zorgen
van morgen.
Ze doden de tijd 
met dure commercials
voor een wakkere doelgroep. 

Vragen die er niet toe doen
zoemen zachtjes als de sprinkler
van een grassproeier in juli.  
Daar klinkt een ouderwetse beeper
opdat je zou ontdekken
hoe gezapig een kwis kon zijn
in de voorverwarmde jaren zestig.

Niks op teevee, hoor ik hen zwijgen.
Zullen we dan maar wat vroeger? 

Ik loop voorbij. Alle licht is uitgegaan.
Ik staar naar de weerspiegeling
van de maan. Het raam is pas gewassen 
en trilt hooghartig in de plassen.

maandag 13 april 2009

Maanlandschap

Toekomst ligt meestal daarboven te wachten.
Hier beneden worden ramen gewassen, 
stoepen geschrobd, postbodes begroet,
buggy's in de auto gesjouwd, 
buren geobserveerd in hun gewone doen
en laten, maar zelden door mij.
Mijn wandeling door deze straat die van ons is,
zoals de politici dat zeggen, lijkt soms
op een sightseeing van de grote vlek 
die het blote oog nog net aankan, als was ik
een astronaut die huppelend zijn opdrachten
uit Houston volbrengt. 
Ik die de grote kosmos begrijpen wil, 
vandaag een jankende hond zo herkenbaar
en makkelijk te troosten, een dier
dat je kan binnenroepen, zoals een vrouw
met een blik waarmee je niets aanvangt
zonder je schuldig te voelen. Grimmigheid
is voor twee gekruiste armen in een voordeur.
En verderop een man met een bagagerek
vol zware blokken hout. Alsof hij nooit
iets anders heeft gedaan -- zorgen getornd
en de wijk voor zichzelf gehouden,
nauwelijks reagerend wanneer ik hem groet,
een beetje omdat het moet. Onhoorbaar
verzuchten we hetzelfde: dit is een dag
voor eerlijke onverschilligheid. Een dag
als de straat, lang genoeg om gedachten
mee te nemen, en de kans van een korte bloei
te gunnen.

Maanlandschap.
Stilte.
Enkele kraters.
Pikzwarte horizon.
Ik zit mezelf te overtuigen
dat ik een regisseur ben
van het leven dat ik achterlaat
als een brandend kaarsje
in de koude kerk. Walm
van herinnering. Sporen van was,
verleden tijd 
die niemand meer vervoegt.

donderdag 9 april 2009

Op weg naar Caravaggio (werktitel; fragment nr 2)

Deze ridder uit Bergamo heet Caravaggio.

Hij wil geen dronkaard zijn in de nacht,

die vastloopt in zichzelf.


Geen letterfestijn, Ridder, zonder witruimte,

met woorden die elkaars gezelschap zoeken,

omdat ze kou lijden.


Deze dichter staat als een dronkaard

bij een bronzen paard van verlangen.

Steigerende tijd in een loverzee van jaren.


Straks zeilt hij naar Malta,

om zijn zwaard te schenken

aan de zieltogende heerser in zijn hart.

Zilverlicht, getornd door een gebroken Christus.


Schilder je doek, dichter,

met een godvergeten gevangenis

op de achtergrond.

Witruimte

waaruit geen ontsnappen mogelijk is.


Malta: unieke blend van Arabische architectuur,

Italiaans vuur en Engelse tuinarchitectuur.

Nog slapend in zijn schoudertas,

met hels klokkengelui van andere tijden.


De maan lost haar teugels

onder een gom van verse twijfel.


Groeiende witruimte...


streng en sober als de Orde zelf.

Verspilde uren

tussen honingkleurige muren.


De Middellandse Zee regisseert kalm

haar ebbe en vloed van eeuwen.


Pronkstuk van leegte:

de kathedraal van La Valletta.

Om haar te vinden, gehuld in ochtendsepia

dat je alleen in de Middeleeuwen vindt,

moet je je een beetje bukken.

Ze is ommuurd door stilte,

residu van andere gedichten.

Heiligen vechten er om een plekje.


Ja, ik ben die ridder. Eenzaam kind

in de drukte die zelf verloren loopt

onder een hemels gewelf,

onweerstaanbaar bekoren

waarin de kathedraal onderweg is

naar haar fiere status van ruïne.

woensdag 8 april 2009

I DO WANT (transl. Annmarie Sauer)

I do want to be with you, happy as burbling water,
but let me briefly glide out of my life,

between the stones befitting a different zodiac sign
without you anxiously begrudging

the sweet loss of this small self? in my palace,
lost behind summer’s shrieks of the horizon,

your world exists as a passage
shifted by curtains shut.

nobody knows for whom I do compose my diamond glitter,
only you hear a sound I whisper in your ear

because you want to be a dragonfly floating
over her mirrored trembling
floating where all that time you
suffered with soft shivers.

dinsdag 7 april 2009

Extra time

Eerst een kale boom in de winter
waarmee ik kout om te horen
of de heesheid op zijn terugweg is.
Dan, onder besneeuwde ruiten-
wissers, de verblindende kristallen
van tijdsbetovering, het offensief
van dwaze lente in mijn hoofd.
Een monnik die wijn verbouwt
in de Middeleeuwen van Borgloon,
visioen in de achteruitkijkspiegel
van bewasemde fantasie.
Gek hoe het heden me soms verlaat
als een snelweg op de uitrit
naar de velden. Gek hoe alles dan
achter me ligt: de opdringerige klopjacht
van zorgen en hun levensgevaarlijke
inhaalmaneuvers. Wijn is moordend
wanneer ik door de tijden rijd.
Maar ik zou niet langer
terugblikken naar de bevroren kersenbloesem
in mei. Op acht tv-schermen -- ze waren er
niet toen ik jong was -- herkent de ober
van Extra Time zijn vriendjes als renners
tussen de boomgaarden. Omdat de finish
nabij is, betaal ik mijn lege glas. Het valt
in stukken op de pas gedweilde vloer.
Maar van mij heeft hij nog nooit gehoord.
Waar ik vandaan kom? Hij raapt een vraag op
tussen de scherven. Kom nou, dat hoort hij toch,
van mijn kindertijd in zijn bibberende fruitstreek,
vanmorgen achter koude nevels verdwenen,
net zoals de oude vaten van herinnering.
Duizend roze dromen in geurige bloei
en een zusje met wie ik me vandaag bemoei.
Ze ligt naast moeder, op de heuvel
waar de dood druk ploegt
en mijn geheugen zwoegt
tussen beelden die me belagen,
winterwind met bladeren
en bulderende onzin.
Lachjes om bijna niets.

De meeste mensen lezen niet
in Extra Time, en dat is geen drama
zolang de ochtend raad weet
met mijn niet-begrepen zijn.
Het heeft vast in de krant gestaan.
Dat het altijd nog een beetje lente kan worden,
ook als ik dertig rijd in de koude mist
van de nawerkende nacht.

zondag 5 april 2009

Op weg naar Caravaggio (werktitel; fragment)

Ik tater 
tegen de fraaie fresco's
en sta er niet bij stil 
dat de grootmeesters meeluisteren 
onder mijn voeten.
Mijn woorden met openbaringsijver
zweven naar boven. 
Transcendente opsnijders
strooplikken erop los: 
acht langues, zacht verguld
door een zon die ondergaat 
over de Malteser Orde.
Hoe zelfvoldaan 
ze het protocol van haar toekomst
in grafstenen graveert. 
Je kan een muisje horen lopen. 
Het is mijn engel, 
die ik wil opvrijen 
in zijn geveinsde stilte. 
Hij wijst me de weg 
naar het kleine hiernamaals 
van een zijkapel waar we alleen zijn: 
'Meesters uit Vlaanderen!' 
afficheert hij fier. 
Hij spreekt me aan, 
met consideratie 
voor wie ik ben geweest.
Lang voor ik Caravaggio leerde kennen.

woensdag 1 april 2009

Ik wil wel

ik wil wel bij je zijn, blij als smiespelend water,
maar mag ik dan ook even uit mijn leven glijden,

tussen de stenen die passen bij een ander sterrenbeeld,
zonder dat jij het zalig verlies van dit kleine zelf

angstvallig zit te benijden? in mijn paleis,
onvindbaar achter zomerse kreten van de horizon,

bestaat jouw wereld als een reis,
vertekend door gesloten gordijnen.

niemand weet voor wie ik mijn diamanten schitter componeer,
alleen jij hoort een klank die ik in je oor fluister

omdat je een libelle wil zijn, zweven
boven haar trillende spiegeling,

zweven waar je al die tijd
zacht huiverend zat te lijden.