maandag 13 april 2009

Maanlandschap

Toekomst ligt meestal daarboven te wachten.
Hier beneden worden ramen gewassen, 
stoepen geschrobd, postbodes begroet,
buggy's in de auto gesjouwd, 
buren geobserveerd in hun gewone doen
en laten, maar zelden door mij.
Mijn wandeling door deze straat die van ons is,
zoals de politici dat zeggen, lijkt soms
op een sightseeing van de grote vlek 
die het blote oog nog net aankan, als was ik
een astronaut die huppelend zijn opdrachten
uit Houston volbrengt. 
Ik die de grote kosmos begrijpen wil, 
vandaag een jankende hond zo herkenbaar
en makkelijk te troosten, een dier
dat je kan binnenroepen, zoals een vrouw
met een blik waarmee je niets aanvangt
zonder je schuldig te voelen. Grimmigheid
is voor twee gekruiste armen in een voordeur.
En verderop een man met een bagagerek
vol zware blokken hout. Alsof hij nooit
iets anders heeft gedaan -- zorgen getornd
en de wijk voor zichzelf gehouden,
nauwelijks reagerend wanneer ik hem groet,
een beetje omdat het moet. Onhoorbaar
verzuchten we hetzelfde: dit is een dag
voor eerlijke onverschilligheid. Een dag
als de straat, lang genoeg om gedachten
mee te nemen, en de kans van een korte bloei
te gunnen.

Maanlandschap.
Stilte.
Enkele kraters.
Pikzwarte horizon.
Ik zit mezelf te overtuigen
dat ik een regisseur ben
van het leven dat ik achterlaat
als een brandend kaarsje
in de koude kerk. Walm
van herinnering. Sporen van was,
verleden tijd 
die niemand meer vervoegt.