zondag 31 mei 2009

Wandeling in de wind

Het waait.

Het waait zaadpluisjes

van stokoude canada's

die zich kilometers ver voortplanten

in mijn ongeschreven toekomst.


Er woedt een struggle for afterlife

tussen grootvaders die hun gram halen

bij het uitgedunde leger van Napoleon

in de pueriele herinnering

van mijn pleegvader van 97.


Drie aangeraakte eeuwen

midden in hun survival of the fittest.

Voelend vel van trillende hand

over een strompelend been.

Gaten van stilte tussen hyperbolen

met verzwegen gruwel.


Het waait. 

Het waait te hard 

om vast te houden wat niet bedoeld is

voor nader onderzoek.

donderdag 28 mei 2009

Narcis

Als een spook komt hij binnen --
nachtelijk démasqué waarvoor ik huiver --
niet in mijn hoofd, maar in dit voorverwarmd
labyrint van parataxis  -- Neem een beeld
dat bij je past, zeg ik. 
                                  Hij knielt
alsof hij dadelijk de vloer wil schrobben
om zijn spiegelbeeld te zien.
                                  Hij straalt.
Een narcis in volle grond.
Versleten man in de moderne wereld,
in een jas zonder lichaam
dat ik herken.

dinsdag 26 mei 2009

Middernacht in mijn dorp

als ik lang genoeg wacht
zonder overstag te gaan
beginnen ze zelf te schuiven
mijn stokoude kerkklokken
die stoeien in de wind

wanen zich eeuwen jonger
wanneer ik drink
op hun bedeesde slagen

elders in het veld:
druppels rijp 
op een bloemblad
van allervroegste morgen

en deze hese woorden
om God wakker te fluisteren
uit zijn pas begonnen slaap

zondag 24 mei 2009

Unknown Ludwig (transl. Annmarie Sauer)

When I loose the way to Beethoven

there is always a piano player who waits

for his audience, somewhere in a rat hole

where a newly tuned Steinway stands

 

It is like cold capping the Andes

such an evening of overcrowded doubts

in the Hammerklavier sonate. Cold silence

towards the stranger next to me. His thoughts

too far from mine. What is he up to

up there, under the trees of my dreams?


Notes like lightning scan

where I’ll never get to:

the fast procreation of rain

a blessing for that jungle

of neurons.

 

dinsdag 19 mei 2009

Lentemeid

Ik vraag me af 

waarom lentes altijd overdrijven, 

als meiden met mooie borsten

die heupwiegen.


Ik vraag me af

waarom hun temperaturen blijven hangen --

suffe cafégasten, balkend 

aan een vertrouwde toog.


Ik knipoog naar de zon,

schalkse suggestie die volstaat.

Ze straalt, verdwijnt achter een wolk,

opdat ik zou verlangen.


Ik knipoog naar de borsten

die ik een naam probeer te geven.

Buitengewaaide meiklokjes, 

recht in het volwassen leven gestapt.


Ik vraag me af

waar dit oosters gevoel voor elegantie

vandaan komt. 

Landen die ik niet onthouden kan.


Ik vraag me af

waarom ze haar winters 

in de garderobe heeft gestopt.

Het prille bedrog is haar ontglipt. 


Kleuren. Het regent. Het dondert.

Ik ben alleen. Met een boog,

sober als een elliptisch vers.

Sober als de avond voor de strijd.


Geef me een roze lamp. 

Vergeten impasse van oude relaties,

waar Nijl en Rode Zee

elkaar ontmoeten.

zondag 17 mei 2009

Onbekende Ludwig

Als ik de weg naar Beethoven verlies
is er altijd een pianist die wacht
op zijn publiek, ergens in een gat 
waar een pas gestemde Steinway staat

Het is als koude die bij de Andes hoort
zo'n avond met dichtbevolkte twijfels
in de Hammerklaviersonate. Koud zwijgen
tegen de onbekende naast me. Zijn gedachten
te ver van mij verwijderd. Wat spookt hij uit
daarboven, onder de bomen van mijn dromen?

De noten scannen bliksemsnel
waar ik nooit komen zal:
de snelle voortplanting van regen
een zegen voor dat oerwoud
van neuronen. 

dinsdag 12 mei 2009

Zwart-wit nostalgie

Ik ben opgegroeid zonder klikkende muis
en instant on demand of net ooit-
wanneer-ook-alweer-gemist.
Zonder TV na half elf.
Een testbeeld, ja; een mooi klokje,
dat met frele wijzer verder beefde,
terwijl de omroepster haar tijd nodig had
om een beetje afscheid te parafraseren.
Hele uren lang alleen een bordje
met de intentie Pauze,
of ‘Ronde van Frankrijk om half vier’.

Een décolleté van dienst, smetteloos: Aimé de Smet.
Denise Maes, zoals een schuimend pilsje.
Of nog, een Occitaanse troubadour: Sonja Cantré.
Terry van Ginderen, elders tante Terry.
Monique Delvaux, met schilderachtige glimlach.
Hoe ze van elke aankondiging een pareltje maakten,
een afleveringetje, met begin, midden en einde;
een gedicht
en altijd die kleine wens aan het slot.

In de keuken, op de achtergrond, klonk de vaatwas.
Ik hoopte vurig dat mama mij niet zou roepen.

maandag 11 mei 2009

Gedicht met wachtende taxi

Ik.
Oude man daar in de spiegel
die de sluitingstijd van zijn jeugd
met een tweede jeugd verruimt.

Ik. Opnieuw. Alleen.
Oude deur die openwaait.
De tocht van een bestaan
valt zomaar binnen.
Dronkaard 
die denkt thuis te komen.

Ik. En jij. Zoals we even scheidden.
Mondhoeken die ontreddering spelen.
Elkaars belegging in volle crisis.
Verspeeld. Te jong geleerd?
Oud bekend
dat het anders had gekund.
Slecht gerund geluk:
aanbodkromme van een zwakke munt.

Jij en ik. Alleen de spiegel liegt.
Met een voortreffelijke glimlach.
En verlichting van de kreukelzones.
Beter verlies nemen dat bij ons past,
dan lang te blijven stilstaan
in een kamer die zichzelf blijft
terwijl de taxi op lage toeren draait.

donderdag 7 mei 2009

Jij en ik op Cape Canaveral

jij en ik:

twee glimwormen

onder de ijdele maan

van Cape Canaveral

waar niemand 

zonder missie komt


jij en ik:

huppelend in slow-motion

en hoe de woorden

van een oude astronaut

zijn uitgegaan --

smeulende storingen 

en koud zwart-wit

van opgebleven herinnering


jij en ik:

eindeloze stappen 

op een startbaan

we kijken samen

in de lens van een camera

naar nieuw geluk

dat niet zal wijken -- 

zoektocht zonder vondst --

en reiken naar de sterren

achter het verste licht

nederig in onszelf


jij en ik:

zijn we meer

dan sluipend zacht geflonker

van een laatste kleine wens

in dit intieme donker?

woensdag 6 mei 2009

Onverzonden avontuur

De weerman had zon verzonnen --
het regent. Recht uit Afrika.
Het ongerijmde valt uit de hemel.
De savanne in mijn hoofd schrikt zich rot.

Zorgen van morgen steken hun nek uit.
Uitgestelde post -- ik geef toe, halsreikend,
een dorstige giraf die door de knieën gaat.
Het worden lekkere mails. En een dunne laag
chocola als PS. Negerzoenen met licht gezoet
eiwit op blozende wangen.

Drassige graslanden
zijn de wanden van mijn fantasie
waardoor ik naar de regen gluur.
Zegen voor dit onverzonden avontuur.

maandag 4 mei 2009

Heb ik nog?

Heb ik nog zondagen

als vroeger?

Ze zaten in mijn plunje,

schoenen die ik meenam

voor een fikse wandeling

tussen moeders vijvers

van verdriet,

nu opgedroogd.


Bloemen heb ik nog,

herauten van troost

die voor me uit marcheren.

Ze roepen vergeet ons niet,

verkennen herinnering

die ik achter liet

in vaders tuin van geluk

waar ik niet meer kom.


Zondagen vol regen

om me voor te schuilen

zijn er niet.

Huilende wind-melodie

moet ik ontberen

in deze zeurende strijd

met een onzichtbare vijand:

Tijd. Vers om mee te nemen.