maandag 11 mei 2009

Gedicht met wachtende taxi

Ik.
Oude man daar in de spiegel
die de sluitingstijd van zijn jeugd
met een tweede jeugd verruimt.

Ik. Opnieuw. Alleen.
Oude deur die openwaait.
De tocht van een bestaan
valt zomaar binnen.
Dronkaard 
die denkt thuis te komen.

Ik. En jij. Zoals we even scheidden.
Mondhoeken die ontreddering spelen.
Elkaars belegging in volle crisis.
Verspeeld. Te jong geleerd?
Oud bekend
dat het anders had gekund.
Slecht gerund geluk:
aanbodkromme van een zwakke munt.

Jij en ik. Alleen de spiegel liegt.
Met een voortreffelijke glimlach.
En verlichting van de kreukelzones.
Beter verlies nemen dat bij ons past,
dan lang te blijven stilstaan
in een kamer die zichzelf blijft
terwijl de taxi op lage toeren draait.