vrijdag 31 juli 2009

Schönste Plaza der Welt, sonst nix

Dorpsplein. Ga het niet zoeken,
dat middernacht in een Spanje zonder sterren.
Veel te laat opgebleven wolk -- oud zilvermeertje
van achtergebleven regen. Zegen van een papegaai
die iedereen gelijk geeft.

En ginds waar ik vecht tegen de slaap,
huilerig, het valse tanden-gesnater van een Duitse oma
die me negeert als de zoveelste poliep
in de beschermende slijmlaag van haar art nouveau.
Spelen mijn oude peccadillo's haar parten?
Ze kijkt wantrouwig naar een verleden in de DDR.

Skeelers in dit bijeengeklutst Spanje,
een Rus zonder vodka, maar strompelend,
naar taal zoekend, dun als papier
voor een lijkdicht, brandende kersen
in de boom op de schönste Plaza der Welt.

Skeelers in de nacht.
De geur van oproer en verteerd verlangen.
Ik heb me ingesteld op eenzaam zwerven,
koortsachtig schrijven, doven in verzen
als verkommerde sovjetsnuisterijen.

Half één. Man komt dichterbij.
Ik wil alleen zijn, schrijven, genieten in woord,
sonst nix. Ik ben niet zomaar gekomen
voor een flamenco van lang gebluste passie.

Eén uur. Duitse oma kijkt naar mij.
Straks valt de Muur, zoëven nog gloedvol kwijnend
in de avondzon.

woensdag 29 juli 2009

Strand in de regen

Wind en hagel flierefluiten op het strand
maar mijn voeten, zwaar beladen met de tijd
die achter me ligt, snotteren in het rulle zand
en winden zich op om al het Niets
dat uit de oceaan is opgedoken, lijdzame dieren
die eruit zien als sterren,
berustend in hun eeuwigheid.

Kom mee, huizen op de dijk die zwijgen,
achter beton dat rot
omdat de eigenaar is opgestapt
zonder liefde achter te laten, of eiland
met wuivende beloften.

Kom mee, dan toon ik jullie een handvol herinnering
waar we dansen met de horizon, huizen op zee
tollend tot we dronken zijn, wervelend verleden
dat nooit meer terugkomt nu het donker wordt
en geld geen rol meer speelt.

Kom mee, morgen valt de wereld stil,
zo stil dat we onmerkbaar uit de tijd sluipen
en de deur naar ons leven op de knip doen
om samen te wachten op een bus
naar onverkende kusten.

dinsdag 28 juli 2009

Vluchtende verzen

Omdat mijn medeplichtigen
hun eigen plannen smeden,
gestorven tijd bezocht,
samen met vriend Stilte,
hopend dat ik mezelf zou vinden,
barbaar in maatpak,
in de schuwe schaamte
die als koude regen
van een chrysantje druipt.

Ik las brieven
die er niet meer toe doen,
als een oude plas bloed
naast een lichaam dat is opgestaan.
Idealen smeken om een hoofdletter,
midden in een tijdloze zin.

Daar vond ik de ponjaard weer
die me vermoordde in het optrekje
waar jouw slecht gezelschap wachtte --
geteisem van lege uren
en een tongzoen van verveling.

'Je vlucht voor jezelf
en je liefde voor mij'.
Zomaar, alsof woorden uiteenstuiven
in een vlucht die poëzie heet,
nu, twintig jaar later.

zondag 26 juli 2009

Zomer buiten dienst

Deze zomer is buiten dienst:

de temperatuur, incidentele spijbelaar,

mist af en toe een dag

en onder de acaciaboom, zandloper

voor de savanne van mijn verveling,

staan zachtjes taterend, als de regen

onder een plu, twee opgeschoten meisjes

de hele maand te wachten op een bus,

onder de voorpoten van hun verlangen,

luie giraffen die ik stiekem fotografeer:


het zijn de jongens, verzuipende fietsen

die de horizon alarmeren, als dreigen ze

van de aarde te vallen, schooltassen

en overjassen die de plassen torpederen

en een bulderende stem van puur plezier.

zaterdag 25 juli 2009

Spot

Mijn leven in total shot:
geen landschap dat zich veroveren laat
door een grote metalen kat
met transparante blauwe ogen
(dat landschap is van hem)

Mijn leven in zacht crescendo van close-up:
zoals een heuvel met vervallen huis in het weerlicht
om een jankende hond vraagt, net nu die ogen
zacht dovend licht beginnen te volgen
(drama's verwerkt, een goed gemaakte reclamespot
die haar ontknoping vast nabij is)

Verzen:
hoe minder de kamer te bieden heeft,
hoe veerkrachtiger mijn lichaam in dit bijna donker,
naakt achter de laatste resten zon
(geen high definition om lyrisch te gieren door de bocht, 
de liefde wordt in stilte nu bedreven).

Heerlijk heldere jazz om bij in te slapen,
en een titel door de schuimkraag van blijvend verlangen.

maandag 20 juli 2009

Point of known return

Glijden, 

als de schaduw van een inbreker, 

tussen de deurmat en de klink van een voordeur. 


Denken

dat liefde tussen de plooien van gestolen tijd ligt,

keurig verborgen in een kast zonder vermoeden.


Neerdwarrelen

als twee bladeren in de herfst, nooit klaar

met de zomer die hen teveel geworden is.


Telkens opnieuw verrast ervaren

dat een zoen van dood twee glimlachjes uitlokt,

en daarna je handen wassen, 

in deadlines en onschuld.


Niet elke droom wil spiedende ogen, 

kostbaar bovendien omdat ze zo voorbij is,

een vaandelvlucht voor het lyrisch schadeclaimen 

van Ontevredenheid op Kantoor.


Seks is een point of known return

van zijn naar gebeuren,

van kunnen naar worden

zonder action replay in uitvergroot slow motion.

vrijdag 17 juli 2009

Laatste woorden waarin liefde

Het zijn weer zwijgzame café's die me passeren,
urenlang, met al hun geheimen intact gebleven,
om te zweven na de uitspattingen die niemand heeft gezien,
zweven achter dit woekerend vlees, forenzen in de regen.

Van nergens komen bussen aangestormd,
zoals een virus dat je wil meenemen, alsof ik haast heb
en overal heen wil, ik die al blij zou zijn met een droge plu
op deze veel te opgebroken wegen.

Mijn eenrichtingsverkeer irriteert scholieren, gelukkig maar,
die hun verveling willen delen. Niet zo roepen, jongens,
ik ken de kwalen van deze tijd en besef dat jullie elders zijn,
in de veel te vroege schoolvakantie. Die daarom niet de mijne hoeft te zijn.

Steeds dezelfde zomer in Antwerpen, nu met regen:
donkere steegjes of de geur van middeleeuwen in een riool,
een steek in mijn schouder alsof iemand aan me denkt
en het geloei van de brandweer door de plassen
die niet weten waar ze zijn, als laatste woorden waarin liefde...


vrijdag 10 juli 2009

1995: 'E'

En als het nu eens waar was
dat één rillende letter slechts, ‘E’,
in Japan een verse tekening is in de regen:
tussen de hemel en haar helse bedrading,
de gladde straatklinkers met lantaarn.

(Je loopt door een flikkerende film:
twee verlepte oude nichten, creatief met hun penseel,
in een bedossemd theehuis, willen het bewijzen.
Streken, neergezet met net voldoende inkt –
de brandende chaos van gisteravond geblust
in een alles-gesloten sfeertje. Party is over,
in ondergronds Tokyo, in steenkolenengels,
onder het minuscuul craquelé van een zelfbeeld.)

Dan zou je, achter die verkruimelende letter,
de spokerige afbeelding vermoeden van je aftakeling,
en wanneer ze glimlachen wat extatische leegte
om je voor te hoeden. De beheersbare emotie,
nu nog een zegen van het mythomane hart.
Je groet de courtisanes zonder kersenbloesem
en rijzende zon, je wantrouwt hun hoftafereel
en voelt het vlietende leven verdwijnen
achter mist en medelijden.

‘E’. (Een gesmoorde schreeuw, haast).
Dan stilte en schuifwanden.
En Mishima’s gevederde hielen,
goddelijke list tussen fascistoïde schimmen.

Als een dandy verzuipend in martiale erotiek
eindelijk jezelf zien: bodybuildende estheet,
schermend met de erecodes van zijn verzen,
zieltogend in de schaduw van wat bloemen.
Langzaam.
Opdat je beter dichten zou.

Als dichter moet ik veinzen (fragment)

Ooit, op een stormende avond,
op de laatste dag van het jaar,
heb ik geschreven:
geen volle manen meer,
en ik kon ze niet langer zien,
dof of verstikt, ik ontwaarde een dovend licht
in mijn droom van vergetelheid.

Het was alsof ik een laan herkende
met beuken, verstijfd in hun onverschilligheid,
die aan zichzelf genoeg hebben en mij negeren
wanneer ik hen, op zoek naar een laatste raadsel,
van fluisterend geritsel beticht.

Ik had er gewoond, tien jaar lang,
het leek alsof ik al die tijd niemand ontmoet had
om te vragen of ik mezelf buitenspel heb gezet
in een wereld die ik niet kende.

Aan het eind van een hoofdstuk langdradigheid
verstommen dagen tot een misverstand.
Elke liefde is versluierd, de annalen zullen zwijgen,
en het licht komt uit een diepe leegte
ginds tussen de beuken die ik amper kan binnendringen
nu er niemand is wanneer mijn hart hun onweer zingt.
Woorden zijn op stilte uit,
maar beseffen het niet altijd.

Ik keek op mijn horloge. Het was tien over weet ik veel,
het bliksemde en de verlichting stond al ter discussie.
Ik hoorde geen feestgedruis,
middernacht was ver en onwaarschijnlijk saai,
ik liep de herkenning van mijn laan te vrezen
en het werd killer toen ik later schreef:
als dichter moet ik veinzen.

maandag 6 juli 2009

Even wachten op het beste antwoord

Mijn hersenen stellen vragen --
ik ben blij dat ze dat kunnen
en willen -- naar de grote orde
van het polyfone bestaan.
Maar zullen ze ooit bij machte zijn
een afdoend antwoord te vinden?
Twijfel besluipt me. Steriel gokwerk,
daarmee moet ik het dan maar doen.
Sommigen bieden voor de poen!
Over vijf miljoen jaar evolutie
komen oplossingen: het brein
zal een goddelijke goudmijn zijn.

vrijdag 3 juli 2009

Nachtelijke piano

Glijden tussen net-niet akkoorden
zonder dat de piano iets kan merken.
Weerspiegeld in het deksel: jouw perzikhuid,
fijnkorrelige illusie van zuiverheid
die zich enkel op een foto laat betrappen.
Klanken, kromgebogen door de tijd
die haar eigen gang gaat, als een lichtstraal
in de buurt van grote sterren.
Bloemen
en hun zwangere zaaddozen
die zich ledigen
in de hitsige nacht.