vrijdag 10 juli 2009

1995: 'E'

En als het nu eens waar was
dat één rillende letter slechts, ‘E’,
in Japan een verse tekening is in de regen:
tussen de hemel en haar helse bedrading,
de gladde straatklinkers met lantaarn.

(Je loopt door een flikkerende film:
twee verlepte oude nichten, creatief met hun penseel,
in een bedossemd theehuis, willen het bewijzen.
Streken, neergezet met net voldoende inkt –
de brandende chaos van gisteravond geblust
in een alles-gesloten sfeertje. Party is over,
in ondergronds Tokyo, in steenkolenengels,
onder het minuscuul craquelé van een zelfbeeld.)

Dan zou je, achter die verkruimelende letter,
de spokerige afbeelding vermoeden van je aftakeling,
en wanneer ze glimlachen wat extatische leegte
om je voor te hoeden. De beheersbare emotie,
nu nog een zegen van het mythomane hart.
Je groet de courtisanes zonder kersenbloesem
en rijzende zon, je wantrouwt hun hoftafereel
en voelt het vlietende leven verdwijnen
achter mist en medelijden.

‘E’. (Een gesmoorde schreeuw, haast).
Dan stilte en schuifwanden.
En Mishima’s gevederde hielen,
goddelijke list tussen fascistoïde schimmen.

Als een dandy verzuipend in martiale erotiek
eindelijk jezelf zien: bodybuildende estheet,
schermend met de erecodes van zijn verzen,
zieltogend in de schaduw van wat bloemen.
Langzaam.
Opdat je beter dichten zou.