vrijdag 17 juli 2009

Laatste woorden waarin liefde

Het zijn weer zwijgzame café's die me passeren,
urenlang, met al hun geheimen intact gebleven,
om te zweven na de uitspattingen die niemand heeft gezien,
zweven achter dit woekerend vlees, forenzen in de regen.

Van nergens komen bussen aangestormd,
zoals een virus dat je wil meenemen, alsof ik haast heb
en overal heen wil, ik die al blij zou zijn met een droge plu
op deze veel te opgebroken wegen.

Mijn eenrichtingsverkeer irriteert scholieren, gelukkig maar,
die hun verveling willen delen. Niet zo roepen, jongens,
ik ken de kwalen van deze tijd en besef dat jullie elders zijn,
in de veel te vroege schoolvakantie. Die daarom niet de mijne hoeft te zijn.

Steeds dezelfde zomer in Antwerpen, nu met regen:
donkere steegjes of de geur van middeleeuwen in een riool,
een steek in mijn schouder alsof iemand aan me denkt
en het geloei van de brandweer door de plassen
die niet weten waar ze zijn, als laatste woorden waarin liefde...