vrijdag 31 juli 2009

Schönste Plaza der Welt, sonst nix

Dorpsplein. Ga het niet zoeken,
dat middernacht in een Spanje zonder sterren.
Veel te laat opgebleven wolk -- oud zilvermeertje
van achtergebleven regen. Zegen van een papegaai
die iedereen gelijk geeft.

En ginds waar ik vecht tegen de slaap,
huilerig, het valse tanden-gesnater van een Duitse oma
die me negeert als de zoveelste poliep
in de beschermende slijmlaag van haar art nouveau.
Spelen mijn oude peccadillo's haar parten?
Ze kijkt wantrouwig naar een verleden in de DDR.

Skeelers in dit bijeengeklutst Spanje,
een Rus zonder vodka, maar strompelend,
naar taal zoekend, dun als papier
voor een lijkdicht, brandende kersen
in de boom op de schönste Plaza der Welt.

Skeelers in de nacht.
De geur van oproer en verteerd verlangen.
Ik heb me ingesteld op eenzaam zwerven,
koortsachtig schrijven, doven in verzen
als verkommerde sovjetsnuisterijen.

Half één. Man komt dichterbij.
Ik wil alleen zijn, schrijven, genieten in woord,
sonst nix. Ik ben niet zomaar gekomen
voor een flamenco van lang gebluste passie.

Eén uur. Duitse oma kijkt naar mij.
Straks valt de Muur, zoëven nog gloedvol kwijnend
in de avondzon.