zaterdag 29 augustus 2009

Zandzaad in de wind

zandzaad in de wind
bloemen die wuiven
om hun insecten te lokken
hopend dat ze veilig kunnen landen

zandzaad in de wind
in de zondezomer
regen met volwassen kind
dat ik niet herkennen wou

ze is tweeëntwintig, de wereld
loopt naast haar in de regen
en ik word in haar glimlach geboren
kruispunt van eenzame wegen

ik observeer het krachtenspel
van mijn woorden, bereik het beste compromis:
steeds meer zaad, steeds hardere wind,
driestere regen en hogere stelen

daarom loopt ze in crêpe rok
op hoge hakken, haar los om het hoofd
daarom zoem ik in open verzen
futiele liefde voor orchideeën zonder toekomst

maandag 24 augustus 2009

bij het graf van Spengler

bij het graf van Spengler

gaapt een krekel, vergeten,

verbitterd, verguisd als een joodse rebel, 

naar het vloeibaar gesteente dat stolt

waar ooit een eeuw diamant is geweest


verovering van licht op de slapeloze nacht:

een zigeunermaan, doorgezakte lieveling 

in een muntgleuf, en door het gordijn van de tijd

herbetovering van een vervaagde droom

die op het behang achterbleef

overal en nergens

ik sta aan de rand

van een vijver die niet zal trillen,

opdat iemand zijn tedere blikken

nog kan gooien


uiteindelijk telt niets,

ook dit zelfbeeld niet,

vager dan ik verwoorden kan,

tenzij ik me vergis


en dit beeld echter is

dan de miljarden moleculen

zonder naam

die deze pen hanteren


om te begrijpen waar ze heen willen

en terugkeren

als een zwemmer naar de kleedkamer

omdat hij zijn handdoek was vergeten


niets telt uiteindelijk

de woorden niet, hun zang

in de leegte en mijn vermoeide ogen

die niet meer weten wat ze zien


niets

om uit te kijken naar de wondermooie film

die wacht op mijn sterfbed

waar ik mezelf zal zijn


in Indië, op een bankje voor de Taj Mahal

in Japan, op een brugje boven de brullende beken

van Hokkaido in de mist

en duizend maal duizend overal


en nergens, samen met de miljarden moleculen

die elke dag sterven

terwijl ik leef

en beef

donderdag 20 augustus 2009

Darwin

Goed onthouden -- zei hij -- dat mensen
je af en toe in herinnering moeten brengen
waarom er bewijzen te over zijn
voor de theorie van Darwin over ontstaan
en groei en bloei van alle leven
en waarom mensen zijn zoals ze zijn
-- hij en ik inbegrepen --
al liggen we er
zelden wakker van.
En dat de vraag niet zozeer was
of nieuwe soorten ontstaan -- dat doen ze
zeker, en hij keek me aan -- en evenmin
of Darwins favoriete proces van natuurlijke
selectie ooit van invloed is op onze gang van zaken
-- dat moet beslist het geval zijn --
maar wel -- het krijt werd neergelegd --
of we daarmee een motor hebben gevonden
voor de extreme complexiteit van alle leven
rondom ons --

we waren helemaal alleen.

Die laatste propositie -- nu fluisterend --
wordt gretig geloofd en verkondigd
in de scholen van onze belastingbetalers,
niet zozeer omdat ze plausibel klinkt
-- ik knikte al gedwee --
maar omdat ze geschraagd wordt
door het materialisme van een elite.

Ik schrok. Hij sprak zo verleidelijk
teder in mijn oren dat ik opeens de behoefte
voelde om mijn eigen outback te maken

in een gedicht.

Waarna hij zich omdraaide
om zedig te kuchen. Weg van mij.

maandag 17 augustus 2009

Zang, licht, woord

We zingen de dingen waarvoor we geboren zijn.

Dat we houden van. En dan weer niet. Elkaar.

Het zijn buitelende woorden die verstoppertje spelen

terwijl de zon zich gedeisd houdt tussen de bomen

in deze vervormende spiegel van snaakse letters.


Ik hoor de haan kraaien bij een marmeren fontein.

Spuit beelden terwijl donder macht vertoont. Maar waar

zal ik mijn fermenterende dageraadtaal met je delen?

Licht sluipt binnen in een uitgebloeide iris. Dromen

met twijgen van goud weerkaatsen sterren en ketters.

zondag 16 augustus 2009

Fladderende donder

De dorpsklok van Bronckhorst 

heeft torenhoog weinig te vertellen 

over vijf luttele huizen en een paardenkop

onder de tranen van de hemel.


Haar grote wijzer is een ui 

die langzaam goud begint te kleuren.

Mijn plu wil dichtgaan, ik houd hem open.

Misschien komt het omdat God vandaag


niet goed weet wat hij wil -- nu eens regen

en dan weer mijn hoofd als een Achterhoek

waar hij eeuwig zomeren kan.

Zijn bliksem is overal en nergens. 


Gisteren in de belbus leek het wel ergens.

Hij speelde verstoppertje bij de Ijssel 

tussen de goed geteelde rozen  

die naar morgen willen geuren.


Een vlindertje heeft Hengelo bereikt.

Ik voel het aan de pas geseinde kleuren. 

Licht is droom noch schim.

Een fladderende donder die ik dim.

vrijdag 14 augustus 2009

Iemand is gaan varen

Druppels wanhoop huilt de grot

wanneer ik alleen ben

in mijn vallei van rusteloze doden.

Druppels zon

die haar rug keert naar mij

aan een rebelse hemel.


Ik roep namen. 

Ze verschijnen 

in koude cirkels van licht. 

Verdwijnen

in een galm van groeiend donker.

Glibberige herinnering 

is dauw op mos van tijd.


En teken mijn woorden als prooien

op de plankdunne wanden 

van liefdes achterzaaltje.

Bochtige onderaardse rivier:

Iemand is gaan varen met mijn goden.

maandag 10 augustus 2009

Net geverfd

Een droom -- mijn vuurstapel 

met dierbare wensen.

 

Slaap is Tijd 

die in de vlammen zijn bril vergat

en nu op zoek is naar mij. 

Op zoek tussen wazige woorden

die ik alleen nog schrijven moet.


Schrijven. Dan het bordje 

'NET GEVERFD' erbij.

Brandend in de nacht.

zondag 9 augustus 2009

Intiem geheugen

Intiem geheugen is een sleutel:

wie schoonheid opent, vindt

een verboden storm van stof. 


En daarom zwijg ik, zwijg

over de lekkernijen op het menu

van mijn grijze hersenen,

zwijg die matte bestelbaarheid weg.


Dan zijn de glimmende woorden blij.

Dan vinden ze in iedere cel van mijn lichaam

een onopgemaakt bed,

geurend naar boomgaarden in de herfst.

Regen in Shenzhen

Overal 
springen lantaarns aan.
Iets gaat vallen:
de avond, vrees ik,
water dragend, 
of een oude vrouw
die zich liever niet laat helpen.

Donder:
bij het rusthuis staat een verweerde bank
maar ik heb nooit begrepen wat die daar doet
tenzij naar methonymie streven
als een continent dat stil naar ons toeglijdt.

Bliksem: demente bejaarde,
soezend onder een knoestige oude eik.
Pas op, meneer Azië, wil ik hem waarschuwen,
er komt een slalom van fietsen op u af
tussen de fout geparkeerde auto's uit het Westen.

Regen: hij veert wakker,
haalt uit naar zijn mobieltje
als zat ik onzichtbaar naast hem,
schim tussen gemene verwijten
waarmee ik niets te maken heb.

vrijdag 7 augustus 2009

Lang genoeg wachten

Tussen Arabische stemmen in de verte
huilt een meisje. Het is sterker dan mezelf
dat ik wakker blijf. Een trage klok ritmeert
de zachte kalligrafie van pijn,
krullen van onvertaalbare zorgen.
Ik begrijp niet waarom de uren zich laten rekken
door mijn machteloze aandacht.
Leef ik mee door de tijd te tergen?

Als ik lang genoeg wacht
gaan ze zelf aan het schuiven --
de woorden om me te kastijden.

donderdag 6 augustus 2009

Waarom in het Frans?

Het stationsbuffet van Moeskroen:
gestolen Vlaamse fifties
met verkommerde toiletfaciliteiten.
De ober en zijn vrouw beseffen nauwelijks
dat ze alleen zijn, of tappen ze hun liefde
uit een ander vaatje?

Een pilsje dat overal had kunnen zijn
is gemakzuchtig bij mij gebleven.
Iemand gesticuleert.
Ik tik weer iemand anders op de schouder
en mompel een boodschap.
Alsof ik meer van haar verlang:
'Ton ami fait signe à toi'.
Waarom in het Frans?
Het is niet duidelijk
wie van ons moet reageren.

maandag 3 augustus 2009

Oude eeuw, nieuwe eeuw

Ik haal geheimen in,

leg een hand op de ogen

van mijn weghollend verleden,

benieuwd of ze herkennen

wie hen gedragen heeft.


Over de oude brug rijden heen en weer

fietsen, kinderwagens, skeelers,

een nieuwe eeuw

die je vanuit de verte moet bekijken.


Ik verweer. Kalf af. Vermolm. Verrot. 

Het zicht op een man die ik niet ben 

wordt belemmerd door de erosie 

van een halve eeuw routine.


zondag 2 augustus 2009

Overvloed

Schaarste komt vlugger 

dan aandelen kunnen tuimelen.

Haar incognito is de overvloed 

die me begluurt

terwijl ik inzoom op mezelf, 

weerspiegeld in een etalage

waar heel de wereld in passeert. 

Onverschillig.