zondag 16 augustus 2009

Fladderende donder

De dorpsklok van Bronckhorst 

heeft torenhoog weinig te vertellen 

over vijf luttele huizen en een paardenkop

onder de tranen van de hemel.


Haar grote wijzer is een ui 

die langzaam goud begint te kleuren.

Mijn plu wil dichtgaan, ik houd hem open.

Misschien komt het omdat God vandaag


niet goed weet wat hij wil -- nu eens regen

en dan weer mijn hoofd als een Achterhoek

waar hij eeuwig zomeren kan.

Zijn bliksem is overal en nergens. 


Gisteren in de belbus leek het wel ergens.

Hij speelde verstoppertje bij de Ijssel 

tussen de goed geteelde rozen  

die naar morgen willen geuren.


Een vlindertje heeft Hengelo bereikt.

Ik voel het aan de pas geseinde kleuren. 

Licht is droom noch schim.

Een fladderende donder die ik dim.