zondag 9 augustus 2009

Regen in Shenzhen

Overal 
springen lantaarns aan.
Iets gaat vallen:
de avond, vrees ik,
water dragend, 
of een oude vrouw
die zich liever niet laat helpen.

Donder:
bij het rusthuis staat een verweerde bank
maar ik heb nooit begrepen wat die daar doet
tenzij naar methonymie streven
als een continent dat stil naar ons toeglijdt.

Bliksem: demente bejaarde,
soezend onder een knoestige oude eik.
Pas op, meneer Azië, wil ik hem waarschuwen,
er komt een slalom van fietsen op u af
tussen de fout geparkeerde auto's uit het Westen.

Regen: hij veert wakker,
haalt uit naar zijn mobieltje
als zat ik onzichtbaar naast hem,
schim tussen gemene verwijten
waarmee ik niets te maken heb.