zaterdag 17 oktober 2009

Dialoog en pauze-monoloog.

'Zou jij kinderen willen?'
Mijn blik was aan het raam blijven kleven,
het verkeerslicht sprong op groen
en de tram schoof in de bocht.

PAUZE:

Stokoude kerkklokken in de wind
markeren het bedeesde middernacht --
een laaiend stilleven van Wedekind,
rijp op een bloemblad voor morgen.

De regen lacht, de regen bedrijft de liefde,
hormonen popelen, mijn scheikunde wacht --
ik negeer je tegenzin die mij griefde,
ik wil geen vreugde met nieuwe zorgen.

Dit is nog maar een begin: dwaze hoop
door glimmende straten, ten dode opgeschreven.
De bliksem haalt me in, hoe hard ik ook loop,
wijken moet ik voor de illusies van mijn leven.

EINDE:

'Nee, ik denk van niet. Jij?'
'Ik wel'.
'Ook als ze lastig zijn en zeuren,
emotioneel in de knoop zitten,
van huis weglopen en je via sms laten weten
dat ze nooit meer terugkomen? Ook dan?'

'Ook dan', zei hij stil, en zweeg raadselachtig.