vrijdag 27 november 2009

Samen

Die wrede ziekte van jou: een marmeren trap

rond je glimlach. Ik ga uitstappen

op de verdieping waar kooi en trap

tegelijk aankomen.


Kijk, zul je zeggen, de herfst wil stoeien met me,

op een bankje bij het water. Wie is hij?

Ik ga een blik werpen door je raam,

esdoorns en wilgen zullen een schutting opfleuren

met schaterende graffiti.


Nee, ik laat me vandaag niet leiden 

door wrede fantasieën

die al lang hun plekje hebben ingenomen,

vredig naast me op een trage gedachtentrein.


Alles wijst op tedere ondergrond,

stromen die geen kik geven

maar vloeien, als zweetdruppels in een mijn

die morgen gesloten wordt.


Geen spierballentaal om trots te zijn

op een zelf dat de luikjes neerhaalt.

Een halve eeuw drukke chaos komt zijn tol eisen

en jij gaat je ogen sluiten, onwetend.


Samen zullen we verder sporen,

de slaap van outback stations tegemoet.

Achter het raam de trucks, suizende nacht,

gemiste kansen, stoeiend in ons hoofd, 

sjalen in de wind.

zondag 22 november 2009

Geen boomstam die afdrijft

Ik loop met mezelf door het regenwoud. 

Kijk om me heen, ontdek het spel 

van natuurlijke selectie, geschikte biotopen

en spontaan toenemende diversiteit:

elk woord heeft zich aangepast

om een ruimte te benutten, waar verder

niets meer groeit.


Overkoepeld door een stil bladerdek

laat ik me bedwelmen door lucht, 

van vocht verzadigd. Geurige oceaan 

en golvende verzen van liefde.

Dit lichaam is geen boomstam die afdrijft

met leguanen naar de Galapagos, 

geen reukloze bloem. Alleen herinnering 


deint mee, tijdloos over de jaren.

Onder de kruidlaag, tussen bleke stammen, 

begin ik een nieuwe soort, aanvaard het eiland

en keer nooit meer terug.

Denkend aan mijn struggle for life,

die al voorbij is,

opgegaan in taal.

woensdag 18 november 2009

Brief aan Rainer

Geen directe vragen stellen
met voorverpakt antwoord.
Een gedicht moet ademen
als een stad na de Kerstmarkt.
Gun me dit Faustisch luchtje
van zilten hartstocht waarin ik
naïef rondloop, opgejaagd
monster in het labyrint
van een U-Bahn ohne Fahrer.
Luister naar het sneller slaand hart
van een verloren gelopen kind.
En kijk naar je beelden in mijn hoofd
al is je mythisch leven jaren dood,
gesloten als een illegaal bordeel
dat ruikt naar volmaakt romantische
scenario's en werelds ascetisme.
Geen vage allusies, Rainer,
op Luthers militante incarnatie
van superieure gevoelens.
De klokken beieren vrolijk verder
nu het koperen dak gezoend wordt
door een klaargekomen zon.
Beloon jezelf met de bonbons
en laat aan mij de Frische Birne.

vrijdag 13 november 2009

Reproduction interdite

Zal ik vragen wie dat is: Kunst. Snijdende wind van overmoed.

Nee, ik hoor geen schallen van bazuinen zonder ventielen

wanneer ik een koude stetoscoop van taal op Zijn longen duw,

om verborgen eeuwigheid te signaleren.


Zal ik voyeuristisch verlangen naar Adem, kijken hoe Hij het doet? 

Piepend ik: jammerende weeklank. Woorden: verscheurde zielen

die ik bijna niet meer hoor. Een smachten. Hartruis, dit spel is ruw.

Ik ga de leegte van mijn Kleine Dood ontberen.


En blijf verlangen. Onhoorbaar zacht.

Geen woorden geuren in Zijn mond, geen vaste sterren vliegen,

zo lang de voorraad strekt, hun rondjes in een nuchtere nacht.


Ik wacht. Het zijn twee chromosomen

die scoren willen, hoofse liefde met obscene taal bedriegen.

Mijn reproductie is verboden. Ik spiegel Magritte in Ego-dromen.


vrijdag 6 november 2009

Raadsel van roet

Mijn slecht herkende liefde waarvoor ik zwijgen moet 

is een weggesprongen genster met meereizende nacht,

zet het dak van mijn schedelherberg in lichterlaaie.


God is niet meer, opgegaan in rook, raadsel van roet

in verzen die al fresco glimmen. Zijn pen ademt, zacht.

Onirische woorden verward met slapende poezen. Ze logen

terwijl we samen hoopten dat de roes zou liggen gaan 

en ik nu, op een dijk met gras, tegen een kater tater.


Dood kan een huis vullen, een herinnering aan later,

het sterrengefonkel ontsteken op een leven hier vandaan.

Ik haal geheimen in en leg een hand op hun bange ogen.