vrijdag 27 november 2009

Samen

Die wrede ziekte van jou: een marmeren trap

rond je glimlach. Ik ga uitstappen

op de verdieping waar kooi en trap

tegelijk aankomen.


Kijk, zul je zeggen, de herfst wil stoeien met me,

op een bankje bij het water. Wie is hij?

Ik ga een blik werpen door je raam,

esdoorns en wilgen zullen een schutting opfleuren

met schaterende graffiti.


Nee, ik laat me vandaag niet leiden 

door wrede fantasieën

die al lang hun plekje hebben ingenomen,

vredig naast me op een trage gedachtentrein.


Alles wijst op tedere ondergrond,

stromen die geen kik geven

maar vloeien, als zweetdruppels in een mijn

die morgen gesloten wordt.


Geen spierballentaal om trots te zijn

op een zelf dat de luikjes neerhaalt.

Een halve eeuw drukke chaos komt zijn tol eisen

en jij gaat je ogen sluiten, onwetend.


Samen zullen we verder sporen,

de slaap van outback stations tegemoet.

Achter het raam de trucks, suizende nacht,

gemiste kansen, stoeiend in ons hoofd, 

sjalen in de wind.