vrijdag 29 januari 2010

Galapagos bij valavond

de zon valt van mijn lepel
als een lint. wolken als dunne draden honing
recht in de thee die zijn charme-escort begint.

ik zeil met mijn blues van saffier
langs dwergbossen met rode mangroves:
vlokjes vuur, dwarrelend in de avondlucht.

eenzaam gestuntel onder de maan
van de wellust die zich niet gewonnen geeft.
dwaze dwaling van evolutie
door redeloze repetitie.

hoor hem zachtjes gibberen, de leguaan
die als Kuifje zijn tekstballon verliest.
hoe hij schaamteloos
het volgende beeldscherm volniest.

of ik een snoepje heb meegebracht
wil hij weten. ik durf nauwelijks meer fluisteren
waar hij vandaan komt. zelfs Lonesome George

is al aan het dromen van zijn ei. stel je voor,
zeg ik, dat creationisten toch gelijk krijgen
omdat ze zwijgen, als el Nino in de kribbe.