zondag 28 februari 2010

Aanmeerpunt voor wegstervende stem

een oerduwtje gaf God me

in de richting van een mens

die in mijn bijna uitgebloeide iris

voorbij flitste, en noemde dat

een liefde op dichtersmaat


het is walsend licht

dat de tijd verscheurt

als oude kleren


ik pers voor Hem

een zoete sinaasappel

in mijn mal de vivre,

afvinklijstje van blote eeuwigheid

en zure zorgen, krachtenveld

van woorden zonder beha,

bedrijf iets dat op procreatie lijkt

en noem het Aanmeerpunt

voor wegstervende stem


ik dans als een hortende illusie

in de stroboskoop van oude herinnering


woensdag 24 februari 2010

Uw dag, zopas begonnen

Eindelijk leer ik bidden, 

uit mijn pyama stappen 

zoals vingers uit een paternoster, 

recht in mijn nieuwe jeans.


Hoe spannend moet het zijn 

om bemind te worden, o spiegel, 

zonder het te weten. Blijf bij me. 

Ga niet aan diggelen, God. 


Ik wil best mijn bed maken 

zonder terug te denken aan de nachten 

met volle maan en andere afleiding 

voor deze poëzie.


Geloven is een dans. 

Een warme douche van beloften. 

Waar komt die stem opeens vandaan? 

vraag ik me af. En begin Uw dag. 

vrijdag 19 februari 2010

Ver-Weg-Liefde

Ik heb zin in een eiland

en noem het naar jou,

Ver-Weg-Liefde, goddelijk

glas wijn met het boeket

van zongerijpte lichtjaren

die me in slaap helpen.


Ik proef je in een naam

waarom jij niet maalt,

onbereikbare medemens

die zich aan de andere kant

van de tijd verslikt. Dat het

toch nog over Hem kon gaan.


De tijd achtervolgt ons.

In een brochure van leugens.

Geen meervoud meer te vinden

voor een avond van geluk.

Oude mensen dragen stilte

aan de leiband met zich mee.

vrijdag 12 februari 2010

Foto volstaat

Jouw perzikhuid, fijnkorrelige illusie
van zuiverheid, laat zich enkel
op een foto betrappen

in deze slapeloze nacht
vol rouwend huisraad,

bij het beetje maanlicht dat zwenkt
van mijn ooit naar jouw nooit,

losliggende kei in de tijd
waarover ik struikel

zodra ik mijn ogen sluit,
om beter van je te kunnen houden.

woensdag 10 februari 2010

Scapa Flow (Vrije Vogel gewidmet)

de studio is een beschutte baai

met geschiedenis, een drassige weide 

met vochtige adem, eeuwigheid

in het koren van een voorbije zomer


de koude wrakken van Scapa Flow

stampvoeten in het water

om mijn onverschillige God te plagen

als een kras van avond het raam


Vrije Vogel hoort mij denken

in zijn commando op mijn koptelefoon --

ik ken hem niet, maar straks duikt hij

in de glinsterende nacht vol liefdesmuziek


Hij is mijn Orkney, een pullover die ik aantrek

wanneer de zon achter de horizon vlucht

en schapen zacht fluisteren

terwijl de kerk haar kudde huizen hoedt


maandag 8 februari 2010

Terwijl de golven - - -

als ik je schrijven zal

wandel ik in de zon  

van je vergeelde droom

met gekartelde rand

           terwijl de golven - - - 


zal ik denken dat ik schiet

in een slaap zonder roos

onder het kussen

zal ik tellen

tot aan het laatste licht

dat ik vergat te doven

          terwijl de golven - - -


als ik je mailen wil

vaar ik op het water

van je leegte

in een glinsterende nacht

         terwijl de golven - - - 


zweer ik samen onder de wankele hoed 

van een bejaarde teenager in de wind

en bulder dat ik haar vannacht nog

in zwalpende stilte heb bemind 

op het dek, in een roerloos gedicht,

onuitvoerbaar arm, terwijl de golven - - - 

woensdag 3 februari 2010

Zonder titel (Voor Nele en Michaël)

Kreun, oude maan, tussen de struiken --

doe je zelfbeklag, oceaan --

waad, bergen, als reuzen

in een witte zee --

krioel, heelal, van oud verlangen:

vannacht brandt een komeet 

met de resten van het verleden

waaruit een vlinder is weggevlogen.


Ja, kreun, oude maan: twee mensen

zoenen elkaar, en zuchten hun liefde

tussen de struiken die afkoelen

in de ochtenddauw. 

Ja, doe je zelfbeklag, oceaan, zwanger

van lichtgensters: zo ver dat het is

tot aan de andere kant van de tijd,

waar god door zijn sleutelgat piept.


Alles is nat, alles is nieuw, als verf

op de deur van de kosmos. Alles lacht,

als een jochie die kleuren ziet vliegen

op het strand. Liefde heeft lust gebaard,

de oceaan schatert van zon tot maan.

De tijd bestaat niet meer. 

De vlinder is zijn Noorden kwijt.

Twee mensen rollebollen in het rulle zand.