woensdag 3 februari 2010

Zonder titel (Voor Nele en Michaël)

Kreun, oude maan, tussen de struiken --

doe je zelfbeklag, oceaan --

waad, bergen, als reuzen

in een witte zee --

krioel, heelal, van oud verlangen:

vannacht brandt een komeet 

met de resten van het verleden

waaruit een vlinder is weggevlogen.


Ja, kreun, oude maan: twee mensen

zoenen elkaar, en zuchten hun liefde

tussen de struiken die afkoelen

in de ochtenddauw. 

Ja, doe je zelfbeklag, oceaan, zwanger

van lichtgensters: zo ver dat het is

tot aan de andere kant van de tijd,

waar god door zijn sleutelgat piept.


Alles is nat, alles is nieuw, als verf

op de deur van de kosmos. Alles lacht,

als een jochie die kleuren ziet vliegen

op het strand. Liefde heeft lust gebaard,

de oceaan schatert van zon tot maan.

De tijd bestaat niet meer. 

De vlinder is zijn Noorden kwijt.

Twee mensen rollebollen in het rulle zand.