maandag 29 maart 2010

RAISON D'ETRE

RAISON D'ETRE VOOR EEN DOZIJN GEDICHTEN

OVER ALLE MENSEN DIE ELKAAR ZOEKEN

EN ONTMOETEN... IN BEWEGING

opgedragen aan Dirk de Schryver


1

Een onbekend lichaam:

het weet niet

dat het nu al wordt begeerd.


2

Lijvige taal, weggegooid,

dondert in de diepte van het zijn,

schroomt niet voor het litteken

dat naar een zichtbare plek verlangt.

Straks. Wanneer iemand zich verbrandt.


3

Het lichaam, daar beneden, wil nodig zijn.

En bekeert zich tot een opstand

onder vallend gruis van woorden.


4

Twijfels dansen de eeuwige strijd

tussen goed en kwaad van electronen

die niet beter weten.


5

Neuronen koken aards leven in een gedicht

en verliezen oude angsten in een blauwgetinte vlam.


6

We dansen op het vuur,

als een rundvlees casserole!

We sudderen het kookpunt tegemoet...

Bewegen, vrij, in succulente beelden.

Dansen uit angst.


7

Nu niemand ons ziet:

ginds op de patio staat een bloem

te wuiven in de wind.


8

In het raam,

in mijn ogen straalt de laatste kou

waar ik van hou. A point. Voor jou.

Winters mooie mens.


9

We proeven de broze wereld.

Hele wouden zijn ons dankbaar

dat we aan hen denken.


10

Honger heet dit verlangen, lawine

van geuren die ons neerhalen.


11

Ik zie de woorden schimmelen,

kruip uit mijn schuilplaats en zet de zon

een graadje warmer.


12

Houden van vurige poëzie.

Alleen maar om te zeggen

hoe een dozijn mensen

kunnen houden van elkaar.

woensdag 24 maart 2010

Soms zou je willen

Soms zou je willen
dat het sluikstort in je hoofd
wordt nagekeken op de adressen
van alle afzenders.

Dat de angst afkomstig is
van een slecht herkende nijd.
Dat je die angst weer onder omslag kon doen,
en terug naar afzender sturen.

Iemand heeft ooit een systeem bedacht,
om zwerfvuil te dumpen in fraaie verzen.
Schrijf ze weg. En ordonneer een gedicht
om jezelf te verplichten komaf te maken
met de blijvende impact van die angst.
Vergeet het label ‘breekbaar’ niet.

Bijna ging je hart aan diggelen.
Nu is het de angst die onderweg zal breken.

maandag 22 maart 2010

Zonder titel

In het bejaardentehuis vind ik soms

een portefeuille met gouden opdruk

bij het dessert, als een noodkreet

in leer, met een mollige jonge ober

die doet alsof hij me niet kent.


Ik wil het best geloven. En vraag een lepel

om de slagroom tot inzakken te slaan.


Er geeuwt altijd een leven achter hem

dat ik zopas ontdek heb: ik zwijg

en slik de luidruchtige noodkreet

op grootmoeders wijze. Waarom hier,

als een muntje dat ligt te lonken

nu de liedjes de jukebox uit zijn?


Iedereen heeft zijn eigen mysterie,

zegt hij -- ik mijn tante, hij zijn lach

vervormd door grijze zomers.


donderdag 18 maart 2010

Terugreis

Dante ging te voet,
Odysseus maakte een vlot,
Aeneas bouwde een vloot
en jouw fraaie trein verlaat het station
met een falend licht -- in deze nacht
volstaat de doordringende blik
van het oude reisverlangen:

aan elk einde van de wereld,
diep in je verborgen,
sterft een kind
in de ochtenduren
van een gedicht.

Je verbroederde handen
brengen water naar zijn gezicht.
Luister naar de laatste woorden,
kreunend op het ritme van de trein.

dinsdag 16 maart 2010

Wie ik ben

Wie 'Ik' ben? O, eerst moet hij pijn voelen
in wonden van een minuscuul gedicht: seconden
met wallpapers en swingende ringtones,
een tijdperk dat er niet eens slecht uitzag
toen hij eraan begon, en zag hoe de wereld
comprimeerbaar begon te worden. Dat lijden
poëzie wil zijn. En janken als een alarm.

Daar wacht zijn Appletje, babbeltje voor de dorst
met virtuose vingers op een ultrabrite klavier,
en taal om snel de wereld te verslaan. Braaf,
zoals je de verjaardag van familie viert:
met pasta, holle vezels en schaarse metalen,
hij schenkt me een iTune in zijn funky bestaan,
glimlacht als de tanden naar twee lippen

in een spiegel, en noemt me 'Ik'.
Begin de dag te typen, zoals woorden
die al vers zijn zonder een pen te hebben gevoeld.

woensdag 10 maart 2010

Gentse begrafenis met flashback

Na het sterfhuis is de begrafenis een anti-climax

van handen schudden en stuc dat door het schurken

uit de muur valt, zoals ik een paar keer uit mijn rol.


Te vroeg gewekte herinnering wordt weggekucht

en de handen blijven maar schudden, terwijl buiten

de bomen hun leven lang bidden om water en wind.


Ik ben met mijn gedachten elders, bij een hete vlam

ooit in de crypte van de Sint-Baafs, er ontstaat stilte

terwijl ik aarzel om een hand terug te geven


en vaststel dat het die van jou is, met langzaam

klimmende blik naar de gloeiende hitte van ogen

waarin verleden danst, terwijl ik een friet liet vallen


in een straatje aan de Overpoort. Stap voor stap

ging je door je gebruiksaanwijzing van Gent, kroegen

waar op dat moment borsten, haren en benen


de dag wijdden aan je liefdesketterij, Gents accent,

en ik me, met een vloek van beleefde bewondering,

thuis probeerde te voelen in een verkeerde wijk,


die nu plots terugkeert, met jou erbij, en verdriet

aangeboord in het oord van verderf waar ik brand

wanneer je me dankt voor mijn komst. Ja, ik ben klaar-


licht verlangen, maar vrees dat een truck met oplegger

over me heen gaat rollen, als het heelal zich herhaalt

omdat God strofen van verdriet wat beter wil spreiden.


Wat weten de bomen over afkalvend geloof,

de handen die ritselen in een rij van zacht geprevel,

een liefde die niet doven wil. Ik ben bij jou, en zoen je


terwijl iedereen het ziet. Een dode vriend is mooi

wanneer hij voortleeft in de diepte van blije ogen

en Gent zich hitsig voelt tussen lachende tranen.


zondag 7 maart 2010

Eigen liefde?

Soms -- maan en sterren
vliegen van hun plaats --
staat de liefde
midden in de nacht op
uit een bed van onbeslapen jaren,
paradijselijk onbereikbaar.

Hij straalt: een narcis in volle grond.
Wandelt naar mij, versleten man
in de moderne wereld, in een jas
zonder lichaam dat ik herken.
Als een spook komt hij binnen,
nachtelijk démasqué waarvoor ik huiver,
niet in mijn hoofd, maar in dit voorverwarmd
labyrint van parataxis -- 'neem een beeld
dat bij je past' zeg ik stil. Hij knielt
alsof hij dadelijk de vloer wil schrobben
om zijn spiegelbeeld te zien.

Ik observeer, met zachte inkt en grote lussen

in naar verleden dat alleen een grafoloog
ontsluiten kan.