zondag 7 maart 2010

Eigen liefde?

Soms -- maan en sterren
vliegen van hun plaats --
staat de liefde
midden in de nacht op
uit een bed van onbeslapen jaren,
paradijselijk onbereikbaar.

Hij straalt: een narcis in volle grond.
Wandelt naar mij, versleten man
in de moderne wereld, in een jas
zonder lichaam dat ik herken.
Als een spook komt hij binnen,
nachtelijk démasqué waarvoor ik huiver,
niet in mijn hoofd, maar in dit voorverwarmd
labyrint van parataxis -- 'neem een beeld
dat bij je past' zeg ik stil. Hij knielt
alsof hij dadelijk de vloer wil schrobben
om zijn spiegelbeeld te zien.

Ik observeer, met zachte inkt en grote lussen

in naar verleden dat alleen een grafoloog
ontsluiten kan.