maandag 22 maart 2010

Zonder titel

In het bejaardentehuis vind ik soms

een portefeuille met gouden opdruk

bij het dessert, als een noodkreet

in leer, met een mollige jonge ober

die doet alsof hij me niet kent.


Ik wil het best geloven. En vraag een lepel

om de slagroom tot inzakken te slaan.


Er geeuwt altijd een leven achter hem

dat ik zopas ontdek heb: ik zwijg

en slik de luidruchtige noodkreet

op grootmoeders wijze. Waarom hier,

als een muntje dat ligt te lonken

nu de liedjes de jukebox uit zijn?


Iedereen heeft zijn eigen mysterie,

zegt hij -- ik mijn tante, hij zijn lach

vervormd door grijze zomers.