zaterdag 19 juni 2010

Dood ligt roerloos

Dood ligt roerloos

op de lippen van een woord:

kom, klaar een nieuwe zin voor me uit

wanneer ik naar je diepte duik.

En vertrouw op mijn ijskoude peilzucht.


Niemand vraagt je naam:

wind is wind,

een nieuwe reden begint

te trillen in het water

van stille, heldere taal.


Strijdend schrijven wil ik, niet stoeien.

Niet in het zand van fraaie paragrafen

met krijsende papegaaien.

Alleen oude vrouwen gooien hun ramen open

voor de magie van schreeuwende klank.


Kom dan, woord.

Ik heb je monddood gemaakt.

Je huilt in verzen naast engeltjes

die vergassen in een droom.

Ril niet langer, en herleef


in een nacht met sublieme décors

die je nodig hebben. Nu je er nog bent.

Kom binnen in mijn gedicht, kleed je uit

en laat me genieten van je betekenis

die naakt moet blijven, buitgemaakt als een punt.