dinsdag 22 juni 2010

Er staat een wonder

Er staat een wonder bij het voeteinde van de slaap.

Een styliet in weer en wind, een held op sandalen

die Jezus heeft bemind. Ik lees een gebed voor hem,

honds en laaghartig, zoals ik lege blikken bijeenraap.


Ginds in fonkelogen, tovergebaren en lome lichaamstaal

zijn ze niet meer welkom: daarom heb ik mijn wensen

ingekluisterd in een droom. Ik roof er paddestoelen,

giftig en eetbaar, voor liefdes nachtelijke galgenmaal.

Een volle maan lang stoeien melodieën in mijn hoofd,

gooien met modder van harmonie, plagen als pubers

met slinkse dissonanten het laatste leven in mijn jeugd.

Ach werd ik wakker maar, door koude mystiek verdoofd.