dinsdag 29 juni 2010

Jij, Afrika

Tam-tam: jij, Afrika, bent mijn geklopte room.

Jouw fijnste regen ruikt als zurige hoop.


Jij bent mijn dubbelzicht van zwarte handen

en witte tanden met paarse sterren: zieke ogen

in hun verlegen koers van navel naar voorhoofd.


Afrika, jij bent mijn herfst van uitgebloeid verlangen

dat over een muur van zwijgen kruipt. Een spin

in de brousse van mijn bed. Tarantella met plassen taal.


Jouw rode ogen gedogen mij, vochtig als pas gespoten

graffiti op een verleden dat gesloten blijft. Jouw dikke lippen

zwijgen over een geluk dat zacht kantelt in de nacht.


Tam-tam: jij, Afrika, bent de kolonie die ik heb ingepalmd

en voor mijn liefde kan geen vers zich schamen.