zaterdag 12 juni 2010

Naphlion, donderdag 27 mei 2010

tenzij ik me vergis

stap ik een gedicht binnen

dat geurt en gromt als een café in Naphlion

waar niemand ooit zou blijven


duizend snuisterijen wantrouwen elkaar

nu ik mezelf achter vingers opsluit

om een hopeloos geval te bespieden

van inflatoire fantasie


zoem... zoef... ping... en pats!

de ober is een harlekijn

die het overbekende saboteert

en zoals een oude ster

in een nieuwe eeuw sukkelt


hij leeft zonder gewicht

en zou liefst volstaan met twee wenkbrauwen

de geringste blik die mij ontsluiten zal

op een zwart-wit monitor

met Neil Armstrong rechtstreeks op de maan

-- om het kwartier a small step for a man --

terwijl een klok in trillende lijntjes,

ingebrand in de golden sixties,

een vlinder van de ene seconde

naar de andere laat wippen

als een platenspeler die is blijven draaien

zonder behoefte om ooit nog muziek te maken


tenzij ik me vergis

stap ik uit een gedicht

met vergoddelijkte electronen

die zinderen als melancholie in een gevangenis

van beelden, ongeschreven spoken

op de terugweg naar mijn hotel