dinsdag 15 juni 2010

Op een dak boven Athene

Gedicht geïnspireerd door de aanblik, op het terras van mijn hotel in Athene, van een prachtige, zonnebadende vrouw en haar onverschillige echtgenoot die de Acropolis op de achtergrond stond te fotograferen. Eerder die dag had ik het nieuwe Acropolis-museum bezocht, met de schitterend gereconstrueerde Parthenon-fries waarop in de tweede stanza gealludeerd wordt.


Op een dak boven Athene

ligt Maria Callas te zonnebaden

als Aphrodite zo zelfverzekerd.

Ik bewonder haar Acropolis in ruïne

onder de giftige wolken

die aan nacht doen denken --

dissidente pretbedervers

waarover weerberichten zwijgen.

Een zwembad, bang van Posseidon,

ligt tam en ijskoud aan haar voeten.

Daar staat een god die geboren werd

in donder van blikken, armen in de zij,

verkild verlangen dat een horizon sluit.


In een alternatief universum van het Parthenon

wil ik mijn eeuwig gelijk halen vanavond: wie was het

die vanmiddag voorbijschoof op een lopende band

van vijfentwintig onverschillige eeuwen?

Er zijn verdachte liefdes die ik niet herken, ze zijn vergeten

dat de uren op mijn horloge falen. Ogen die watertanden,

door lagen van tijd zonder kleur: ik beschilder ze

met nieuwe indrukken. Maar één blik dwing ik tot stilstand

in de drukte. Terwijl de paarden op het fries gaan lijden.