zaterdag 31 juli 2010

Kleine cascade

Voor vragen, druk 1. Voor inlichtingen, druk 2. Voor frustraties, druk 3. Voor afkeer, druk 4. Voor wanhoop, druk 5. Voor heimwee naar de voorbije eeuw, druk 6. Voor vloeken, druk 7. Voor onzin, blijf aan de lijn. U wordt zo spoedig mogelijk 'geholpen'.

Voor heimwee naar het modernisme, druk 1. Voor heimwee naar het postmoderne, druk 2. Voor heimwee naar andere ismen, druk 3. Voor romantiek en andere eeuwen, druk 4.

U koos voor onzin. U wordt zo spoedig mogelijk verder geholpen. Vul eerst uw IQ in, en sluit af met hekje. Voor IQ boven het gemiddelde, druk 1. Voor ADHD, druk 2. Voor autisme, druk 3. Voor andere aandachtsstoornissen, druk 4 maar laat u vooral niet afleiden en blijf aan de lijn. U wordt zo dadelijk verder geholpen. Bent u overigens al geabonneerd op onze hulplijn? Zo niet, druk 5.

U koos voor romantiek. Weet u zeker dat u romantisch wil blijven? Voor literaire romantiek, druk 1. Voor alle andere gespletenheid, druk 2. Voor diners met kaarslicht, druk 3.

U bent aan het einde van uw Latijn. We danken u voor uw oproep en wensen u nog een prettige nachtrust. Voor dromen over deze oproep, druk 1. Voor nachtmerries, druk 2. Voor informatie over de kostprijs van deze verbinding en alle andere bronnen van slapeloosheid, druk 3. Welterusten!

Zo begon het

Zo begon het.
Ik liep naar huis. Vader dompelde zich
In zomerregen. Lichtjaren druppelden
in een ruimtemeer.

Zo voelde het aan.
God overbrugde koele tijd om bij me te zijn
In zijn love parade van dode sterren.

Later, in muziek:
Mozarts cadens - pirouettes van fotonen,
Trouwe getuigen van dagen in het paradijs.

Zo raakte ik in de mood.
Het huisraad vierde feest met mij. Hoogtij
Van zinnen. Grote verwachtingen
Stonden in brand. Ik bluste ze met verzen
Die niet rijmden. Later, in mystiek.

En bracht Hem naar zijn altaar
Waar ik knielde. Voor ons kwijnend lijden
Waar het eindigde. Net als vroeger.

zaterdag 24 juli 2010

Daad met woord

Sneller, bonzend hart.

Zeepbel, spat open.

Leven, houd het kort.


Nog even, Nacht.

Word een deeltjesversneller

om overspannen verwachting te smashen,

scoor een doelpunt in de bange ochtend.

Voeg het toe aan je palmares van stilte,

bed en doodskist zonder toekomstdromen.


Dadelijk gaan ze komen.

Hinnik, merries, in de bloemenwei

van mijn remslaap. Akelig dichtbij.

Verdriet, zoen me op de lippen:

hormonen die straks niet meer stromen

gieren in dit vege lijf.

Het einde is hijgend nabij.

Ik ben al dood.

Higgs boson draait rondjes in de leegte

en mobieltjes denken twee keer na

voor ze het drama van de ochtend melden.


Ik ben al dood in verzen

die met open ogen de liefde bedreven.

maandag 19 juli 2010

Kerven en terugvinden

Kerven op een rotswand
in de druipende stilte.
Het dier daar achterlaten,
met een mysterieuze toekomst.

Niet onthouden verzen:
hoe zijn ze hier geraakt?
Herlees ze, wek ze opnieuw tot leven,
poten en hoorns in het blauwe licht.

vrijdag 16 juli 2010

Zonder titel

Rolschaatsen mogen rechts en links inhalen,

al naargelang de sardientjes onderweg.

Niemand heeft het ooit gedecreteerd,

maar waarom zou dat: alles blijft overeind.

Een gabber zoent zijn gesoldeerde verovering:

het is best heet tussen de ingevroren vis.


Mijn gezette oma sukkelt door de gangen,

op zoek naar haar verloren geheugen.

'Hier moet het zijn' zou ze zeker willen weten,

in een spannende veldslag van vermoeden.

Ik kijk op. Er is juist eeuwige liefde beloofd,

bij de zalm die vinaigrette lekt op mijn tong.


De schaatsers hebben hun aanval ingezet.

Het ijs is van goede kwaliteit, vindt oma.

Ook de tong is afgeprijsd. Er wordt geaarzeld

tussen zalm en zoen. Alle gevaar is nu vlakbij,

stijf en schaamteloos binnen handbereik.

Een rukwind van verlangen zoeft voorbij.


Ja, alle gevaar vlakbij. Het was toch poëzie?

Oma schrikt, is dan weer leeg vanbinnen.

Ik vul de gaten met mijn fantasie, en wacht

tot ik klaar ben met deze beelden. Dan ga ik

naar de kassa met een wagentje vol woorden.

De lezer herkent mijn code. Maar waar is oma?

Huishoudelijke mededeling

Twee van mijn gedichten werden opgenomen in het nieuwe nummer (juni-juli, nummer 4) van de Poëziekrant.

woensdag 14 juli 2010

Minuten zonder hem

Singledrop waterval van tijd,

jaar na jaar. Meer niet.


Vanavond, onder wolken,

zijn mijn kinderjaren koorknaapjes

in een lege kerk van sterren.

Er bleven geen krekels

in de galmende kou.

Paddestoelen onder een vulkaan

van geloof in vader, zoals hij

rustig naar mij lonkt, een hostie

van neerplenzende liefde,

daar ergens in de onhebbelijke stilte

van lachende kaarsen.


Bijna-stilte. Ik houd mezelf tegen

om te luisteren naar een vrome wens

van woorden. Blijf staan en adem niet.

En vier, duizelend, dit feest

met de geuren van doorregend bos

aan de rand van het ravijn

waarin een nacht voortleeft

met haar brokkelende rots:

roze Auschwitz, stroomafwaarts

door dromen die ouder zijn

dan de verste wijsheid.


Singledrop waterval van tijd,

dag na dag. Minuten zonder hem.

I am the master

I am the master
of the universe

klinkt het op de autoradio.
Gisteren een druppel zaad,

morgen een hoopje as.
Met iedereen alleen.

In de file.
In een wereld

die ik nooit gewild heb.
Waar ik opdraaf

voor de verveling van goden,
buiten het bereik
van de lichtjaren.

vrijdag 9 juli 2010

Zonder titel

op een memorabele dag vol goede manieren,

turend naar een onstuitbare stroom van tegenzin,

de benen nemen uit je vertrouwde neuronen

met een fakkel van intuïtie die je niet meer loslaat


terugkeren naar een bende van dwaze roddels

die achter in je hoofd rondhangen bij je oude zelf,

raadsels in het koude koninkrijk van vermoeden

dat een zenuw streelt om je toekomst te troosten


en daar, in het zengend verleden van je brein

brullen op de daken van een vurend onrecht

voor de stille rekruten van je netvlies: tekens

die je nooit zag, beelden in de nieuwe weelde.

vrijdag 2 juli 2010

Zonder titel

Het is heet.

De ochtend jankt

met een mes in zijn buik.

Dieren bazuinen hun evolutie uit,

zonder dat iemand nog luistert.

Mijn woorden verbranden

in het rockfestival van de zon.

Oude kerkklokken verzadigen de velden

van mijn bedremmeld verleden:

gehaakte spinsels

waarmee ik in de wolken reik.


Dan -- een windstoot met onweersbelofte.

De avond neergeploft op de kraag van mijn hemd.

Hamerende Bartok van regen op het platteland.

Uitgespuwde wensen die ik liggen laat,

zonder ooit nog weg te rennen.


Zorgen worden vloeibaar,

sijpelen naar de nacht.

Ik gids mijn doorweekt ego

naar slapeloos verdriet

op een hartverwarmend kussen:

een race van schimmen, mazelen en bof,

de school verlaten zonder reden,

rotte appels tussen skeletten op de autoweg


en weten dat het voorbij is

bij de kloppende morgen.