vrijdag 2 juli 2010

Zonder titel

Het is heet.

De ochtend jankt

met een mes in zijn buik.

Dieren bazuinen hun evolutie uit,

zonder dat iemand nog luistert.

Mijn woorden verbranden

in het rockfestival van de zon.

Oude kerkklokken verzadigen de velden

van mijn bedremmeld verleden:

gehaakte spinsels

waarmee ik in de wolken reik.


Dan -- een windstoot met onweersbelofte.

De avond neergeploft op de kraag van mijn hemd.

Hamerende Bartok van regen op het platteland.

Uitgespuwde wensen die ik liggen laat,

zonder ooit nog weg te rennen.


Zorgen worden vloeibaar,

sijpelen naar de nacht.

Ik gids mijn doorweekt ego

naar slapeloos verdriet

op een hartverwarmend kussen:

een race van schimmen, mazelen en bof,

de school verlaten zonder reden,

rotte appels tussen skeletten op de autoweg


en weten dat het voorbij is

bij de kloppende morgen.