vrijdag 16 juli 2010

Zonder titel

Rolschaatsen mogen rechts en links inhalen,

al naargelang de sardientjes onderweg.

Niemand heeft het ooit gedecreteerd,

maar waarom zou dat: alles blijft overeind.

Een gabber zoent zijn gesoldeerde verovering:

het is best heet tussen de ingevroren vis.


Mijn gezette oma sukkelt door de gangen,

op zoek naar haar verloren geheugen.

'Hier moet het zijn' zou ze zeker willen weten,

in een spannende veldslag van vermoeden.

Ik kijk op. Er is juist eeuwige liefde beloofd,

bij de zalm die vinaigrette lekt op mijn tong.


De schaatsers hebben hun aanval ingezet.

Het ijs is van goede kwaliteit, vindt oma.

Ook de tong is afgeprijsd. Er wordt geaarzeld

tussen zalm en zoen. Alle gevaar is nu vlakbij,

stijf en schaamteloos binnen handbereik.

Een rukwind van verlangen zoeft voorbij.


Ja, alle gevaar vlakbij. Het was toch poëzie?

Oma schrikt, is dan weer leeg vanbinnen.

Ik vul de gaten met mijn fantasie, en wacht

tot ik klaar ben met deze beelden. Dan ga ik

naar de kassa met een wagentje vol woorden.

De lezer herkent mijn code. Maar waar is oma?