dinsdag 17 augustus 2010

En dan maar hopen

In een lucht van olieverf en terpentijn,
eigen aan bloeiende supermarkten,
naar de bijbelse god op zoek gaan.

Stilzwijgers in schort en overall gidsen me
tot bij de koopjes. Kijk ze lachen
met hun parelmoerkleurige beloften.
Even dromen onderweg van eilanden
en touroperators met zonsondergang
tegen de muur, sjezend tussen de rekken.

Weer eens het label Onvindbaar beminnen,
terwijl iets me van sekwens naar sekwens vervoert,
als de wind een zaadje op zee, en ik hachelijk eindig
als een fles op de lopende band van de snelkassa.
Dooreengeschudde melk die de lust opwekt,
dit leven waarin je bent wat je pretendeert te zijn,
niet meer of niet minder.

En dan maar hopen dat je god evenaart,
omdat het glimlachjes uitlokt,
of andere onoorbare verlangens
voor huis-aan-huis bezoek.
En voet tussen de deur.