vrijdag 20 augustus 2010

Niemand thuis

Mijn schild: verkwistende kleur.

Ik had lelies meegebracht,

rustend op een abdijstaf.

Ik kuchte toen ik aanklopte

en wachtte deemoedig

op het kraken van de deur.


Achter de einder, een flauwe zon.

Mijn dag, het al belovend, begon

als een leeg kasteel. Deze pen

waarmee ik woorden streel,


dragende rol in het vergeten.

En ik, musicien ordinaire

zonder masker van fatsoen.

Of hoe die rijmpjes heten.


Groteske herinnering: de enige

die verschijnt blijft heel ver weg.

Zacht uit mijn droom gestapt.

Een contrabas voor de nacht.

Muziek vergist zich van geslacht.

En ik, van tijden.