vrijdag 27 augustus 2010

Zonder titel

Niet te geloven hoe er gehoond wordt

door jaloerse zielen wanneer je verliefd bent

zonder eraan te denken je glimlach te camoufleren.


Het is een manier van praten die in staking gaat,

een wegjaag-beweging met de schouder

als om te zeggen: niets telt nu nog mee, mijn zin

staat op een lichaam dat hier niet thuishoort.

Een dodelijke koers. Hoe woorden dan enkel nog

in helder water glijden waarin niemand zwemt.


Vriendschap trekt zich terug. Een tocht

over de wijde zee van jaren is voorbij.

Vannacht krijsen ijzig nog de meeuwen,

sterven uit als een besluit in ziek geheugen.

Mijn geheim zal ritselen in het duingras

wanneer ik morgen langskom. En jij


zal bij me zijn, zonder iets te weten. Elk spoor

van achterdocht is dan verdwenen. Mijn glimlach

zal weer stralen, als een ondergaande zon.