dinsdag 12 oktober 2010

Naakte nacht

naakte nacht

nazomer van een maagdelijke wereld


naakte nacht van zilte woorden

die trillen in het deinende donker


naakte nacht waardoor ik zwem

mezelf verliezend in de geur van regen


ik verdrink de laatste zon in sterrenwater

nee nee nee niet in mijn kijk op de wereld


verdrink ik een naakte oktobernacht

onder een sappige diamant van dageraad


verdrink ik in bijna onhoorbare waterruis

verdrink ik met het kleinste eiland op aarde


beledig ik het leven niet met een hulpkreet

maar vier ik mijn angst met een sieraad van moed


en groet terloops op de oever van mijn tijd

een wazige stilte op stelten, wazig wazig wazig


naakte nacht, daar ginds, in deze mist

die als een bloedplas over mijn blad kruipt


stotterend naakte nacht, gedoemd

tot betekenis die ik schuw


schuw als een glinsterende ananas

van boezems en orchideeën, luwe zin


vol bloeiende gezichten van tinnen soldaatjes

en waterige aanslibsels van loze beloften


waarmee iemand een sluier drapeert

over mijn glimmende torso


dimmende liefde, liefde als nat karton

die iemand met mijn hulpeloze ik begon


zal ik rondjes trekken naar het centrum van mezelf

daar ergens ver ver ver buiten me? ver ver ver


in deze verzengende hel van falen

onder een kille hemel zonder maan


in deze rilling die over mijn rug loopt

een vroeg geschenk van winterse zon


in deze schielijke pijn

genadeloos op mijn netvlies gebrand


hoor ik je roepen in het gras... dan schreeuwen

voorbijglijdende satan van mijn kinderziel