vrijdag 15 oktober 2010

Open haard van taal

Iemand heeft met graankorrels van haat

taai meel gemaakt. Vergeef de ijdeltuit

in uniform. Er is geen voorland rustiger

dan deze woorden. Suizende wind

tussen het verbrande hout.


Ik wil de rolluik van mijn liefde oplaten

voor een soldaat, die bang is voor de dood.

Ja dat wil ik. Bij hem zijn. Hier thuis.

Mij terugtrekken. Vechtend

in een open haard van verzen.


Voor een donker raam wil ik gaan staan,

in de weerspiegeling van mijn gezicht

het einde van zijn boulevarddroom zien.

De laatste tralie verliest zijn vage schaduw.

Dat is wat ik wil. Angst lijkblijk zien stralen


in de nacht, alsof het oorlog is, met maan,

midden in dit hellekooksel van gave stilte.

Het zal lijken of ik elders ben, vergeten

in een gevangenis van verblindend licht.

Knielend voor dit knetterend vuur van taal.