zaterdag 23 oktober 2010

Voor bus 26 (gedicht geschreven om afscheid te nemen van de buslijn die het op 31 oktober om 23.10u voor bekeken houdt.).


(Ik hoop dit gedicht op de allerlaatste busrit zélf te kunnen lezen voor de allerlaatste reizigers van bus 26).





Kusje, busje -

jij, koning van een laatavondshow

die ik zelden heb gemist,

anchor met de troostende toon

van een succesvol script vol rock-'n-roll

en zacht gebrom, een feest van nachtwind

en glijdende bomen met wapperende krant

en taterende leegte. Om late tranen nu te drogen.

O wat hield ik van mijn wiebelende dromen

die over Elsschot en Van Rijswijck vlogen.

Wuivende huizen, blind en doof, ze kenden me

en zongen yeah yeah yeah, als stille paarden

die op tieners lijken wanneer ze slapen gaan.

O wat keken ze stoned naar nummer zesentwintig,

de molen, het Edenpleintje en de lei van Jan de Vos

waar nog jaren overleefden waarin jij geboren werd.


Zesentwintig kusjes, busje, die halve eeuw is nu voorbij,

en ik neem afscheid van jou, hulpeloos zoals ik ben,

alleen met een zwijgende haven, die de biezen neemt

door wijken die ik nog niet ken. Ik sluit me in je armen,

souvenir van plenzende regen, drenzende telefoons,

gladde wegen met glimmende weggooi-tijdschriften

en ploeterend ijsberen in de wanhoop van mijn hoofd

waar het soms winterde, terwijl jij nog door-zomerde...


tot je dan eindelijk kwam. Magistraal. Zoals een vrouw.

Na crescendo's van eindeloos uitstel.


Laatste kusje, busje, 't is voorbij, ons avontuur

van samen flaneren door de haven.

Ons tollen door de straten die we citeerden

als dronken vrienden hun liefjes.

Ons frivool flirten met heus niets en altijd iets

dat Antwerpen met neon bedwelmde

terwijl we samen onderweg waren

naar de halte bij mijn bed, daar waar ik belde


bij jouw schalks piepende banden.