maandag 15 november 2010

Aarzeling

In een Grieks café stottert een soldaat naar me

als het kaarsje voor een oud icoon.

Ik knik, en ruik seizoenen van Byzantijnse tijd.

Zoet als de harmonieën van de lente

smaken zijn woorden, die als fonkelende ogen

in een andere wereld lanterfanten.


Dan sijpelt een aarzeling de zin binnen,

vindt de donkere ondertonen van zijn stem.

Alsof er nooit meer een overwinning valt te vieren.


Met twee handen harkt hij mijn restjes dessert bijeen.

Ik mag niet vragen welke vrienden de illegalen

voor de Turkse kust in zee hebben gegooid.

Zoveel verleden dat onaangeroerd is blijven liggen.


Ik drink wat thee, laat onzichtbare gasten achter ons

beslissen wie ik ben. En monster de leegte

die aan de voeten ligt van elke nieuwe liefde.