donderdag 4 november 2010

Voor 'Antzela' (vervolg)

Mijn Hellas, badend in een bemoeiziek zelfbeeld,

is haar speeltuin vol graffiti. Gerekou jatte de luxe

onzichtbaar te worden in een waas van cultuur

waarmee ze deed wat ze wou. Nu drapeert ze zich

met de weelde van een vrijheid die samenvalt

met het verleden van opstandige goden, geketend

aan een muur die decennia lang standhield.


Slechts erosie van beloften,

en wat ik daarmee aanvang

met verf en spuitbus van taal,

troublerende herinneringen

aan een geplunderd leven.


De stellingen rond het Parthenon begeven,

reuzen sprinten weg, zoveel versteende junkies,

bang voor de onpeilbare diepte van ziekten,

fonkelend zwart voor vurige ogen van tijd,

struikelen in de slootkant van verspeelde kansen,

nooit meer overeind komen op een museumsokkel.


Toch is Gerekou een boogscheut slechts verwijderd

van die horror. En daarom blijft ze glimlachen

naar de camera's die op uitnodiging komen,

zonder haar oude eenzaamheid een blik te gunnen.