zaterdag 6 november 2010

Woorden en de dichter

Woorden moeten altijd uitkijken,

een minder fraaie binnenzijde maskeren,

zoals elk stadsbestuur een vierde wereld.


Ja, uitkijken

naar een te laat vertrokken bus.

Twee koplampen in de verte

terwijl ze, bij sterke wind, met bulderende

bomen van voor hun geboorte

een tafereel regisseren van schamele pogingen

vol toegedekte leugens en ondergespoten marmer.


Elk vers dat mijn pad doorkruist -

het meest onverschillige, het meest opdringerige -

vraagt iemand op te stappen die wil blijven,

leven tijdens het wachten in zijn plaats.


Woorden moeten altijd uitkijken.

Ze kunnen nooit de onderwereld uitsluiten

die zich afzijdig houdt.




Soms neem ik vakantie

en blijven de woorden thuis.

Ik weet dat ze zich amuseren

en ben geen dichter meer

in dat besef.