zaterdag 13 november 2010

Zonder titel

Apollo, ik weet wat je denkt, reddende god,

en begin opnieuw, als een Griekse stad

die Oosterse wishful thinking verlaat.

Littekens word ik gewaar op jouw arm,

diepblauwe ogen die mij monsteren in de tijd.


Vuiger dan mijn volwassen oor verdragen kan

zijn de combattieve klanken van mijn jeugd,

strijdlustige vechtersbazen die vanavond

dansen over het blad, alsof ze zoëven nog

in nieuwe inkt werden gedoopt.


Ik weet dat het slechts schijn is voor jou:

liefst staan ze in de kou, uitgekleed in hun rij,

onder de vernietigende blik van een dichter

die de indoctrinatie van oude ritmes vreest.

Gespierde geschiedenis, zie je, wil overleven


in zangerige verzen, niet als sjofele jongens

in afgedragen jeansbroek. Zij aan zij.