vrijdag 3 december 2010

Bij de ingang van Eleftheroudakis

Ik schrijf onleesbare liefdesgraffiti

op de façade van je onverschilligheid

en vraag je hoe je toevallig heet,

in de hoop dat een helder wonder

uit de spuigaten zal sijpelen

van je dobberende denksyntaxis.


Hier bij de ingang van Eleftheroudakis

lijkt het alsof je het niet meer weet,

en het raadsel van de zee aangaapt

dat ik met zachte dwang en verleiding

in je uitzichtloos bestaan binnensmokkel.

De toeterende auto's kennen die file.


'Dit is mijn Athene' zegt je krakende stilte,

en je bijt met je ogen toe in de zure appel

van een torenhoge staatsschuld.

Ik zie niet in hoe de rotte plekken

me kunnen prikkelen, Apollo,

maar ik probeer te minnen


wat vaag op poëzie wacht

in het sap van een tussendoortje

waarin ik mezelf ontmoet,

uitglijdend over dit sleepje gêne,

veel te gladde schijn van geluk

op het bordes van een noodlot.