vrijdag 31 december 2010

Sneeuw, stoep en strand

Begint een deftige burger zijn sneeuw te ruimen,

gewoon omdat het rebels is, met de multihark

kinderjaren aan zee op de schop nemend,

volgt een tweede buur, bang dat-ie niet anders kan

dan braaf te zijn met laarzen en emmertje,

daar moederziel alleen met papa in de golven

van late namiddag-verlatingsangst, de zon

nu dalend goud onder de groeiende kou,

en ook een rechterbuur, bezocht door naijver

van het puberale soort dat heel de stoep

weer glimmend glad maakt, tot straks de straat

op veelkleurige kaas lijkt, met gapende gaten

van herinnering aan zacht gestold lijden,

de zee een krassende plaat onder de naald

van god, en steeds dezelfde maat van verveling

die zich eindeloos herhaalt. Niet opgeven,

denkt dan een linkerbuur: hoe kan hij anders

nu de stoute verzoekjes komen om niet als enige

achter te blijven -- een krimpende sneeuwman

die niet smelten mag voor ik, taal ruimend,

mijn pen heb neergelegd, ijzingwekkende stilte

tolererend die de straat weer snel doet faden

terwijl de vlokjes terugkeren, in nieuwe buien

van ongenaakbare eigenzinnigheid.