zaterdag 29 januari 2011

Sluitingstijd met tekens

'Sluitingstijd!'


Het woord een doffe zweepslag

en plots is mijn universum geboren.

Naakt. In de wanhoop van duizend boeken.

Ze staren naar me, monotoon blauwig,

een hologram van onpakbare letters.


Kwart voor vijf, zegt een klok,

en zwijgt dan weer.

Tijd en ruimte zijn uitgeteld.

Dadelijk een kuch van de suppoost

en wervelend stof van eeuwen studie.

Kruimels van madeleines

tussen resten verdronken schoonheid.


Opkijken, als een kind in de wieg,

bezig zichzelf te vergeten,

in zonden die behoeftige zinnen strelen.

Op een bladzijde zonder god.

Van zodra ik liefheb, zal ik vertrekken.


Sluitingstijd. Ik sla mijn slag

en lees de tekens die ik nodig heb.

vrijdag 21 januari 2011

Michelin, mieters magisch.

Dorpen die je uitkiest zoals een tafeltje

in het restaurant dat je niet kent, alleen maar

omdat de naam je bekoorlijk in de oren klinkt,

willen iets teruggeven van je vertrouwen

in het onbekende. Michelin, mieters magisch.


Ze laten je binnen schrijden, hautain glurend

als een koning die zijn gehandicapten bezoekt,

ook maar bewoners van een kleurrijk noodlot

dat landkaarten onder symbolen verstoppen

en klinieken achter betuttelende toontjes.


Dorpen die je uitkiest zoals een beduimeld boek

dat je kietelt op de rug, snel te lezen verleden,

overdrijven altijd met hun blaffende honden

die je wegjagen uit de stoffige romantiek.

Vogels bouwen nesten, lovers omarmen elkaar,


en jij blijft trots geloven dat iets of iemand

voor jou geënsceneerd werd in dit gedicht.

Het zijn oude woorden die je de hand reiken.

Bij de warme bakker ontmoet je dezelfde stilte,

dezelfde liefde die wil weten wie de volgende is.

vrijdag 14 januari 2011

Grappig als dauw

Geen winter, vandaag, die me achterna zit

tijdens mijn wandeling naar jou op het klavier.

Geen sjalen en sluiers van trillende wind,

strijkers van klokken en mopperende trucks

die racen in de kroon van mistige bergen.


In de kou leer ik je kennen, het is mijn lente,

waar liefde ontluikt onder een bast van tijd.

Verlaten strand. Glanzende golven van marmer.

Ze slaan hard neer op de rulle voetafdrukken

van een struinend kind, te weinig bemind.


Ik droom van lente, vandaag. Oude lawine

van bloemzaadjes, terwijl je rondjes rijdt

in mijn armen, in het nameloze struikgewas

tussen zee en gletsjers. Kieteling van hoop

met een veertje van trouw. Grappig als dauw.

vrijdag 7 januari 2011

Soms, slapeloos

Soms, slapeloos,

vraag ik me af welk landschap

ik zou willen zijn.


Een steppe met hoog gras

waarin verzuurd gevoel verdwaalt,

of een woestijn, weifelend onder de zon,

brand van vergetelheid

voor oude illusies.


Ik zou niet weten wat de stuivende liefde

te lang verzweeg. Daarom misschien:

een ruig berglandschap

met gletsjers die ik beminde,

ze spoken iets uit met verse sneeuw

om de kou in beweging te krijgen.


Soms, slapeloos,

vergeet ik wie het is

die wakker ligt

aan het einde van de wereld.