vrijdag 14 januari 2011

Grappig als dauw

Geen winter, vandaag, die me achterna zit

tijdens mijn wandeling naar jou op het klavier.

Geen sjalen en sluiers van trillende wind,

strijkers van klokken en mopperende trucks

die racen in de kroon van mistige bergen.


In de kou leer ik je kennen, het is mijn lente,

waar liefde ontluikt onder een bast van tijd.

Verlaten strand. Glanzende golven van marmer.

Ze slaan hard neer op de rulle voetafdrukken

van een struinend kind, te weinig bemind.


Ik droom van lente, vandaag. Oude lawine

van bloemzaadjes, terwijl je rondjes rijdt

in mijn armen, in het nameloze struikgewas

tussen zee en gletsjers. Kieteling van hoop

met een veertje van trouw. Grappig als dauw.