dinsdag 12 april 2011

Vroege zomeravond in Brest

Woorden migreren, trekken snel voorbij.

Mijn pen danst over het papier.

Geluk is wat rest. Als ik blijf proberen.


Hier, achter de grens van onbekende steden,

zet ik voet aan wal in Brest. Weer alleen.

Vroege zomeravond valt op pagina's april.


Mijn hotel: een vaderland, de stilte een vlag.

Prematuur maantjelief verpulvert mijn hart.

Zonder vers te verlangen. Ik schrijf - en lach.


De stad ruikt naar pannenkoek, hallucinatie

van binken en zintuigen die ik dichtvouw

om de cider van mijn lyriek te drinken.


Ik leef... als de kreten van dronken matrozen

die binnen slenteren door het open raam.

Als Michel Butor in een Musée vol pose.


Ik ontraadsel de hymne van de meeuwen

met hun echo's van eeuwen. De folklore

zit diep genesteld in woorden die bekoren.


Een oude heer vult kruiswoordraadsels in,

gokkend en gommend tussen de roddels

van twee vrouwen die me niet zien zitten.