vrijdag 27 mei 2011

Review 'Beminde eilanden' door Guus Bauer

Teer beminde eilanden






Bart Stouten is dichter en radiomaker. Zijn dagelijkse programma ‘De Tuin van Eden’ is op de Belgische zender Klara een groot succes door de mix van klassiek, jazz, wereld- en filmmuziek. Stouten kleurt de muziekstukken in met prachtige poëtische intermezzo’s. Zojuist is van zijn hand een rijkelijk met kleurenfoto’s geïllustreerd boek verschenen: ‘Beminde eilanden’. Hij doet in zijn verbeelding de reizen nog een keer over die hij in de loop der decennia naar de verschillende windstreken heeft gemaakt. ‘De eilanden die een rol hebben gespeeld bij het aanvuren van mijn gevoeligheden.’ Stouten breidt de feiten van zijn poëtische leven aan elkaar. Je zou ‘Beminde eilanden’ een coming of age boek van een dichterschap kunnen noemen. Op Corsica denkt hij aan Auden en Napoleon. Op Santorini droomt hij van Kavafis. De archipel van de dichter bestaat verder onder meer uit het exotische Bali, het rauwe Alaska, het verlaten Rottnest Island vlak bij Australië en het toeristische Gran Canaria. Zelfs de kijk op dit ‘paradijs’ weet Stouten fijnbesnaard te nuanceren. ‘Eilanden veranderen voor mij in een droomtekst. […] Sommige eilanden, in de goede oude traditie van Boudewijn Büch, zijn als ondeugende kinderen moeilijk te begrijpen. […] Dat ze later in mijn leven toch nog een rol hebben gespeeld, een onverwachte en daardoor alleen al beminnelijke rol, dank ik aan mijn bijgespijkerd vermogen om achter de onverzadigde kleuren en goedkope hyperbolen van reisbrochures te kijken. Niet eenvoudig, dat laatste.’

Stouten doet in ‘Beminde eilanden’ overtuigend verslag van de verovering van het universum tussen zijn oren. En passant formuleert hij zijn poëtische leefregels. ‘poëzie: een nemen en teruggeven van zinvol doorgebrachte tijd.’ Een zoektocht naar het ultieme gedicht.

Dit boek is een eerbetoon aan de vriendschap met eilanden en met de literatuur. Een ode aan de fascinatie van het onzegbare. ‘Mijn Atlantis was een boek of gedicht in wording, een nog onbestaande tekst die zichzelf vroeg of laat zou schrijven en waarvan ik toch al de diepere drijfveer voelde.’

Een prachtig boek om in woord en beeld weg te zinken. De Grote Taak die Stouten zichzelf heeft opgelegd is volbracht.

donderdag 19 mei 2011

Zonder titel

de som van alle mogelijkheden
is mijn leven, of een mistige dag
met doorbrekende zon
die geen vaste bodem zoekt

ik wandel naar de vijver
door losse fragmenten
ze weerspiegelen in een aquarel
mijn rillend verleden

geen hoop, slechts stappen in grint
en adem onder stille bomen
de wereld die ik elders heb bemind
is opgelost in koude dromen

zaterdag 14 mei 2011

Zonder titel

Door het landschap van mijn hoofd

razen verlichte passagierstreinen,

maar de tijd staat stil in de gangen

van een metro waar ik met sporen van krijt

de schaduw van forenzen verbind.


Een saxofoon, luid en onbezonnen, helpt me

verdwalen in de terug-naar-de-wortels vertraging

die alleen voor mij bedoeld is, tot bij het einde

van mijn graffiti, die voeten zullen wissen.

Gejaagde ondergrondse wereld, vergeef me


dat ik nooit meer op tijd kom, zo lang de letters

er nog staan. Laat me hinkelen van cerebellum

naar thalamus naar cortex naar weer een ander

schakelstation van liefde. Treiter me niet

met het spanningsverlies in oude woorden.


Boven mij brult de wereld. Hoor hem jammeren

in roetsjende galm die langzaam vervaagt.

Ergens langs een bomenrij spoedt mijn bagage

op een lege plaats naar nergens. Hier beneden

droom ik van een diefstal die niemand wou zien.

vrijdag 13 mei 2011

Zonder titel

Door het landschap van mijn hoofd

razen verlichte passagierstreinen,

maar de tijd staat stil in de gangen

van een metro waar ik met sporen van krijt

de schaduw van forenzen verbind.


Een saxofoon, luid en onbezonnen, helpt me

verdwalen in de terug-naar-de-wortels vertraging

die alleen voor mij bedoeld is, tot bij het einde

van mijn graffiti, die voeten zullen wissen.

Gejaagde ondergrondse wereld, vergeef me


dat ik nooit meer op tijd kom, zo lang de letters

er nog staan. Laat me hinkelen van cerebellum

naar thalamus naar cortex naar weer een ander

schakelstation van liefde. Treiter me niet

met het spanningsverlies in oude woorden.


Boven mij brult de wereld. Hoor hem jammeren

in roetsjende galm die langzaam vervaagt.

Ergens langs een bomenrij spoedt mijn bagage

op een lege plaats naar nergens. Hier beneden

droom ik van een diefstal die niemand wou zien.

vrijdag 6 mei 2011

Zonder titel

Boos blijven, ondanks het schuldgevoel.

Grimassen trekken voor het raam van een huis

dat doodgemoedereerd door de tijd glijdt.

Zacht stampen onder woedende zeemeeuwen.

Dit beeld van een varend schip zal doven

in de mist van een razende regenbui.

Het gras ruikt naar graniet. Een Romaanse kerk,

omringd door graven, blijft fier en onbewogen.

Een kleine ruïne van bloeiend mos op elke zerk.

Daar bekoelt mijn woede. Daar blijf je komen.

Een lijkwagen is achter de bomen verdwenen.

Ik groet mijn vriend op de oever van oude dromen.