vrijdag 13 mei 2011

Zonder titel

Door het landschap van mijn hoofd

razen verlichte passagierstreinen,

maar de tijd staat stil in de gangen

van een metro waar ik met sporen van krijt

de schaduw van forenzen verbind.


Een saxofoon, luid en onbezonnen, helpt me

verdwalen in de terug-naar-de-wortels vertraging

die alleen voor mij bedoeld is, tot bij het einde

van mijn graffiti, die voeten zullen wissen.

Gejaagde ondergrondse wereld, vergeef me


dat ik nooit meer op tijd kom, zo lang de letters

er nog staan. Laat me hinkelen van cerebellum

naar thalamus naar cortex naar weer een ander

schakelstation van liefde. Treiter me niet

met het spanningsverlies in oude woorden.


Boven mij brult de wereld. Hoor hem jammeren

in roetsjende galm die langzaam vervaagt.

Ergens langs een bomenrij spoedt mijn bagage

op een lege plaats naar nergens. Hier beneden

droom ik van een diefstal die niemand wou zien.