woensdag 27 juli 2011

Ondergang van laatavondlicht

Ik weet natuurlijk niet meer of niet minder dan jij of om het even wie wat de dingen betekenen die blijven hangen in ons hoofd, dat zou maar al te makkelijk zijn, net zoals deze zin die toch plots omslaat, dat is gek, alsof er rijm in de lucht hangt, want of het nu wil of niet...

...Ik voel me knus in mijn auto,
help de nacht op de been
de wereld kent mij niet
ik ken de wereld niet
ik flits over drukke dagen
naar de zoete slaap van mijn voorstelling
het toneel is verlaten
de lichten zijn gedoofd
en armoede zingt in mijn hoofd
het is een wind van elders die binnenwaait

I rage, rage against the dying of the light.

zondag 24 juli 2011

Zonder titel

Er dendert een warme singsong stem

door de kleine martelkamer in mijn hoofd.

Verstrooide vlinders vliegen in slow-motion

naar de hagen die hun bladeren verliezen.

Het moet herfst zijn wanneer ik naar je kijk.


Waarom? Een rouwig gevoel ligt naast me

op de foto die zwart-wit had moeten zijn

maar zich als oogschaduw van kleur vergiste,

en ik streel het, op een kussen van troost

dat geurt naar lege nachten met Guinness.


Je bent er nog, ik leg je weg als een wolfsklem

die me te grazen neemt, fotoroman zonder tekst,

een bloedmooie ober die achter de rug van god

zijn sinaasappelen staat te persen. Ik weet wel

dat een ontbijt aan bed geen partij is voor mij.


Dana zingt over een regen van geluk

en waarempel, dit vakantiedorp, stil en alleen

begint breed te glimlachen in melige zon.

Ik moet een oude rivier karteren in het raam

en schapen laten grazen in gesloten verleden.


woensdag 13 juli 2011

Eenzaam. Met al je zinnen.

Eenzaam.
Spoor van inkt op een lege bladzijde.
En jij die bang bent voor het woord
dat niet meer droogt.

Laat het verschijnen in een lettertype waar je van houdt,
in een lay-out waarmee je goede smaak verovert.
Laat het ademen op papier dat heerlijk ruikt,
mystiek lichaam achtergebleven in de huid van een lam.

Je zal terugdenken aan ganzenveren en incunabelen
in oude kloosters, met monniken die letters koesteren
op zoek naar een gepassioneerde lezer
die het perkament in kunstig minnen compleet maakt.

Eenzaam.
Met al je zinnen.
Nooit bang zijn van dat woord,
dat als natte verf op de eeuwigheid ligt.

zaterdag 9 juli 2011

Alleen

Alleen zijn. Alleen maar ZIJN.
ALLEEN.

Met mijn interpretatie van een werkelijkheid die niet van anderen is.

Met mijn onbewoonde kastelen en burchten, de meest koppige, op beboste heuvels die de oversteek van een rivier beheersen. Daar woont het leven van vele eeuwen.

Met de troubadour die bijna dorpsgek was geworden: Franciscus van Assisi, en zijn Vrouwe Armoede. Misschien staat het goed om een mysterieuze naam toe te voegen aan mijn lijst van drie vrienden.

Met Michel Butor, die vindt dat de toespraken van politici alle hetzelfde vertellen, omdat ze multi-interpretabel zijn. Ik zou zo graag een gedicht schrijven dat alles gezegd krijgt, in drie luttele verzen zonder dubbele bodem.

Met Marcel Proust, de 'ik' die alles weet over een rijke Jood en zijn liefde voor een onverschillig hoertje. Alles over haar verleden en heden, waar hij nooit bij geweest is. Paradox van de verteller!

Met de boom die is omgewaaid en midden op de weg ligt. En of ik dat een toevalstreffer moet vinden, of een teken van God.

Met Dante en zijn Beatrice, die niet van anderen is. Maar van God. Zoals mijn werkelijkheid.

Alleen. Met deze woorden. Die hen samenbrengen. Hier. En nu.

vrijdag 1 juli 2011

God, mijn vliegtuig en de omgevallen boom

Een eik is vannacht flauwgevallen in de storm

tussen een wirwar van hulpeloze beuken,

buikdansend in de achtergebleven wind.

Hij ligt dwars over mijn weg naar de luchthaven,

als een slachtoffer in zijn plas, zieltogend

in bladergeritsel, van nachtelijk lijden verstild.


Ik loop naar hem toe, als een elokwente reporter

die live ter plaatse is in deze verzen, want iedereen

wil weten of het vliegtuig op mij zal wachten.

De maan is een zwakke zaklamp. De jonge loten

blozen alsof ze zich schamen voor het kreupele hout.

Ik wil om hulp roepen, in stilte tussen de strofen.


Ooit moeten, hoog in de lucht, alle inzittenden

om het leven komen in een goed getimede crash,

vergelijkbaar met die van de oude knoest.

Zal een schepper mijn ziel dan stiekem terugwinnen

door te liegen dat mijn leven van hem niet meemocht

en gered moest worden door een neerzijgende boom?